DE MAN DIE ZES MAANDEN DOODSTIL LAG… TOT HIJ MIJN HAND GREEP
News Story

DE MAN DIE ZES MAANDEN DOODSTIL LAG… TOT HIJ MIJN HAND GREEP

0 weergaven

DEEL 6– DE VLUCHT DOOR DE DONKERE GANGEN

Het tweede schot galmde door de privévleugel.

Daarna volgde een oorverdovende stilte.

Ik verstijfde.

Mijn handen begonnen opnieuw te trillen.

Nog nooit had ik een geweerschot van zo dichtbij gehoord.

Buiten de kamer klonk plotseling paniek.

Voetstappen.

Geschreeuw.

Mensen die bevelen riepen.

De noodverlichting kleurde de lange ziekenhuisgang donkerrood, waardoor alles eruitzag alsof het gebouw zelf bloedde.

Vincent kwam langzaam overeind.

Hij trok de infuusslang uit zijn arm zonder één spier te vertrekken.

Bloed liep langs zijn onderarm en druppelde op de witte lakens.

"Wat doet u?" riep ik geschrokken.

"U bent nog veel te zwak."

Hij keek me recht aan.

"Als ik in dit bed blijf liggen, haal ik de ochtend niet."

Hij zette voorzichtig zijn voeten op de vloer.

Zijn benen trilden zichtbaar.

Zes maanden zonder te lopen hadden hun sporen nagelaten.

Hij probeerde een stap te zetten.

Zijn lichaam zakte direct door zijn knieën.

Instinctief ving ik hem op voordat hij hard tegen de grond kon vallen.

Hij was verrassend zwaar.

"Zie je?" zei ik hijgend.

"U kunt niet eens staan."

Hij glimlachte flauw.

"Dan zal ik moeten leren lopen... terwijl iemand op mij jaagt."

Nog voordat ik iets kon antwoorden, werd de stilte buiten opnieuw doorbroken.

"Controleer kamer 412!"

Een mannenstem.

Hard.

Dwingend.

Vincent keek onmiddellijk naar de deur.

"Niet Adrian," fluisterde hij.

"Een van zijn mannen."

Ik slikte.

"Hoe weet u dat?"

"Omdat ik zijn stem al zes maanden hoor."

Hij wees naar de kast naast het bed.

"Mijn kleding."

Ik opende de kast.

Binnen hing een donker maatpak, zorgvuldig beschermd in een kledinghoes. Daarnaast stonden glanzende leren schoenen en een zware zwarte jas.

Alles lag klaar alsof iemand wist dat hij op een dag zou opstaan.

Terwijl ik hem hielp zich aan te kleden, viel mijn oog op een klein metalen doosje onder in de kast.

"Wat is dit?"

Vincent keek ernaar en zijn gezicht verstarde.

"Geef hier."

Hij opende het doosje.

Binnenin lag slechts één voorwerp.

Een oude zilveren sleutel.

Geen naam.

Geen nummer.

Alleen een klein gegraveerd symbool van een wolf.

"Ik dacht dat ze deze hadden gevonden," mompelde hij.

Hij stopte de sleutel direct in zijn jaszak.

"Wat opent die sleutel?" vroeg ik.

Hij keek me een paar seconden zwijgend aan.

"De enige plaats waar de waarheid nog veilig ligt."

Voordat ik verder kon vragen, klonk een harde klap tegen de deur.

"Binnenblijven!" schreeuwde iemand.

Nog een klap.

De deur trilde in haar scharnieren.

"Maak open!"

Vincent pakte mijn arm.

"Achter het bed."

Hij drukte op een nauwelijks zichtbaar metalen knopje onder het nachtkastje.

Tot mijn verbazing schoof een deel van de muur langzaam opzij.

Daarachter verscheen een smalle, donkere gang.

Ik staarde hem met grote ogen aan.

"Een geheime doorgang?"

Vincent knikte.

"Ik heb deze privéafdeling zelf laten bouwen."

Opnieuw dreunde er een zware klap tegen de deur.

Het hout begon te splijten.

"Nog tien seconden," zei Vincent kalm.

Ik keek naar de geheime tunnel.

Daarna naar de deur die elk moment zou bezwijken.

Ik wist dat er vanaf dit moment geen weg meer terug was.

Ik stapte de donkere gang in.

Achter mij volgde Vincent.

Op hetzelfde moment brak de deur van kamer 412 met een oorverdovende knal open.