DEEL 5 – DE MAN MET DE ZILVEREN STROPDAS
De deur zwaaide langzaam open.
Mijn hart bonsde in mijn borst terwijl ik verstijfd naast het bed bleef staan.
Vincent had zijn ogen alweer gesloten. Zijn ademhaling was langzaam en regelmatig, alsof hij nog steeds diep in coma lag.
Ik probeerde mijn eigen ademhaling onder controle te krijgen.
Een lange man stapte de kamer binnen.
Hij droeg geen witte doktersjas.
Geen verpleegkundig uniform.
Een perfect op maat gemaakt donkergrijs pak.
En om zijn hals hing een opvallende zilveren stropdas.
Zijn schoenen maakten nauwelijks geluid op de glanzende vloer.
Toch vulde zijn aanwezigheid onmiddellijk de hele kamer.
Achter hem verschenen twee mannen in zwarte pakken.
Geen ziekenhuisbeveiligers.
Ik had hen nog nooit eerder gezien.
De man glimlachte vriendelijk.
"Goedenacht."
"Verpleegkundige Bennett, neem ik aan?"
Mijn maag draaide zich om.
"Ja."
Hij stak zijn hand uit.
"Mijn naam is Adrian Moretti."
"Ik vertegenwoordig de familie Romano."
Zijn glimlach bereikte zijn ogen niet.
Ik schudde voorzichtig zijn hand.
Zijn greep was stevig.
Veel te stevig.
"Ik hoorde dat de monitor kort alarm sloeg," zei hij.
"Is er iets gebeurd?"
Mijn gedachten schoten alle kanten op.
Als ik vertelde dat Vincent wakker was geweest...
...zou hij sterven.
Dat voelde ik.
"Nee," antwoordde ik zo rustig mogelijk.
"Waarschijnlijk een storing door het onweer."
Moretti keek zwijgend naar het scherm van de monitor.
Daarna liep hij langzaam naar het bed.
Iedere stap voelde als een eeuwigheid.
Hij bleef naast Vincent staan.
Bestudeerde zijn gezicht.
Zijn litteken.
Zijn handen.
Alsof hij op zoek was naar één klein teken dat de coma voorbij was.
Plotseling pakte hij zonder waarschuwing Vincents linkerhand vast.
Ik schrok.
Vincent bewoog niet.
Geen enkele spier.
Geen trilling.
Niets.
Moretti liet de hand weer los.
"Indrukwekkend," mompelde hij.
"Zelfs nu lijkt hij nog onverslaanbaar."
Hij draaide zich om en keek mij opnieuw aan.
"Zorgt u goed voor hem, verpleegkundige."
"Zijn leven is... buitengewoon waardevol."
Hij glimlachte opnieuw.
Maar dit keer hoorde ik de dreiging achter zijn woorden.
"En soms..."
"...is een dood lichaam meer waard dan een levend lichaam."
Mijn hart leek stil te staan.
Hij wist iets.
Of erger...
Hij wilde weten of ík iets wist.
Hij liep naar de deur, maar stopte vlak voordat hij naar buiten ging.
Zonder zich om te draaien zei hij:
"Vanaf vannacht wordt de beveiliging vervangen."
"Niemand komt deze kamer nog binnen zonder mijn toestemming."
Toen keek hij eindelijk over zijn schouder.
Zijn ogen bleven op mij rusten.
"Ook u niet... als ik dat beslis."
De deur sloot zich zacht achter hem.
Pas toen hij verdwenen was, durfde ik weer adem te halen.
Vincent opende langzaam zijn ogen.
Zijn gezicht was lijkbleek.
"Adrian Moretti..." fluisterde hij.
"Mijn eigen rechterhand."
Hij kneep zijn vuist langzaam dicht.
"En de man die mij zes maanden geleden heeft verraden."
Op datzelfde moment viel in het hele ziekenhuis plotseling de stroom uit.
De noodverlichting sprong aan.
Vanuit de gang klonken geschreeuw.
Daarna...
een schot.
Eén harde knal.
Gevolgd door nog een.
Vincent keek me strak aan.
"Ze zijn begonnen."
Wordt vervolgd...






