DEEL 5
Thomas werd in handboeien afgevoerd.
Terwijl hij langs mij liep, fluisterde hij nauwelijks hoorbaar:
"Je hebt geen idee wat je hebt aangericht."
Ik keek hem rustig aan.
"Nee, Thomas."
"Jij hebt dit zelf gedaan."
De voordeur sloot achter hem.
Voor het eerst in maanden voelde het huis niet langer als een gevangenis.
Mijn vader hielp mij voorzichtig op de bank zitten.
Een ambulanceverpleegkundige onderzocht mijn pols en controleerde de hartslag van mijn baby.
Na enkele minuten glimlachte ze voorzichtig.
"De baby lijkt sterk. Maar u moet onmiddellijk naar het ziekenhuis voor verder onderzoek."
Ik kneep opgelucht in de hand van mijn vader.
Onderweg naar het ziekenhuis bleef hij opvallend stil.
Pas toen we aankwamen, haalde hij een kleine, versleten sleutel uit zijn portemonnee.
"Deze sleutel gaf je moeder mij vlak voor haar overlijden."
Ik keek verbaasd op.
"Ze zei dat ik hem alleen mocht gebruiken als jij ooit echt in gevaar zou zijn."
Nog diezelfde avond reden we, onder begeleiding van de politie, terug naar het herenhuis.
Op zolder stond een oude eikenhouten kast.
Achter een los houten paneel zat een kleine kluis verborgen.
Mijn vader draaide de sleutel om.
Met een zachte klik ging de deur open.
Binnen lagen documenten, een USB-stick en een verzegelde envelop met het handschrift van mijn moeder.
Op de voorkant stond:
"Alleen openen als Sophie niet langer veilig is."
Mijn handen begonnen te trillen.
Mijn vader gaf mij de brief.
Ik brak het zegel.
De eerste regels deden mijn adem stokken.
"Lieve Sophie, als je deze brief leest, betekent het dat iemand waarschijnlijk probeert af te nemen wat van jou is. Vertrouw niet iedereen, ook niet degene met wie je trouwt."
Er zat ook een notariële akte in.
Daarin stond zwart op wit dat het grachtenhuis volledig mijn eigendom bleef.
Niemand, ook een echtgenoot niet, kon er zonder mijn schriftelijke toestemming aanspraak op maken.
Maar dat was nog niet alles.
Op de USB-stick stond een map met de naam:
"Project Feniks."
Mijn vader keek er zwijgend naar.
Zijn gezicht werd ineens ernstig.
"Onmogelijk..."
"Hoe kende je moeder die naam?"
Ik keek hem vragend aan.
"Papa... wat is Project Feniks?"
Hij slikte langzaam.
"Dat is geen familienaam."
"Het was de codenaam van een geheim militair onderzoek waar ik jaren geleden aan heb gewerkt."
Op datzelfde moment ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Toen ik opnam, klonk een vervormde stem.
"Sophie... als je de USB-stick hebt geopend..."
"...ben jij vanaf nu ook een doelwit."






