DEEL 3
De agenten liepen zonder aarzelen de slaapkamer binnen.
"Mijnheer Vermeer," zei de oudste agent kalm. "Wij verzoeken u een stap achteruit te doen."
Thomas kneep zijn kaken op elkaar.
"Dit is een misverstand."
Niemand reageerde.
De hoge officier van de Koninklijke Landmacht bleef zwijgend naast de deur staan.
Zijn aanwezigheid alleen al maakte duidelijk dat dit geen gewone melding meer was.
Helena probeerde opnieuw de controle over de situatie te krijgen.
"Sophie is zwanger. Ze is emotioneel. Mijn zoon heeft haar altijd verzorgd."
Een vrouwelijke agente liep naar mijn bed en knielde naast mij.
"Mevrouw Van Dijk... voelt u zich veilig als u hier blijft?"
Ik keek naar Thomas.
Hij staarde me aan zoals hij dat thuis altijd deed.
Die blik die betekende:
Zeg niets.
Maar deze keer keek ik niet weg.
"Nee."
Het woord was zacht.
Toch leek het harder binnen te komen dan een schreeuw.
De agente knikte.
"Dan gaat u met ons mee."
Thomas zette onmiddellijk een stap naar voren.
"Mijn vrouw gaat nergens heen."
Nog voordat hij mij kon bereiken, hielden twee agenten hem tegen.
"Raak haar niet aan."
Zijn gezicht werd vuurrood.
"Jullie weten niet wie ik ben!"
De officier keek hem strak aan.
"Dat weten wij inmiddels heel goed."
Ondertussen hielp de agente mij voorzichtig overeind.
Mijn vader sloeg een arm om mijn schouders.
Voor het eerst in maanden voelde ik me veilig.
Beneden in de woonkamer begonnen de agenten foto's te maken.
Niet alleen van de kapotte koffiekop.
Maar ook van de deurpost.
De trap.
En de muren.
Op verschillende plaatsen zaten kleine beschadigingen.
Alsof er vaker geweld was gebruikt.
Een rechercheur opende een lade in de woonkamer.
Daar lag mijn oude telefoon.
De telefoon waarvan Thomas maanden geleden had gezegd dat hij "kapot" was.
Hij zette hem in een bewijszak.
"Interessant," mompelde hij.
Daarna trok hij nog een lade open.
Mijn paspoort.
Mijn bankpas.
Mijn identiteitskaart.
Alles lag keurig opgeborgen.
Alsof iemand had beslist dat ik nergens meer naartoe mocht.
Mijn vader sloot even zijn ogen.
"Dit is geen bescherming," zei hij.
"Dit is gevangenschap."
Thomas zweeg.
Voor het eerst had hij geen antwoord.
Net toen de agenten hem wilden meenemen voor verhoor, rende Helena naar de keuken.
"Stop!"
Iedereen draaide zich om.
Ze hield een dikke bruine envelop omhoog.
Een glimlach verscheen op haar gezicht.
"Jullie denken dat Sophie slachtoffer is..."
"...maar wacht tot jullie zien wat hier in zit."
De hele kamer verstijfde.
Zelfs mijn vader keek haar zwijgend aan.
Want niemand wist wat Helena al die tijd verborgen had gehouden.






