DEEL 16 — DE LAATSTE BRIEF VAN ANNA
Daniel vond de brief in een kluis.
Niet in Amsterdam.
Maar in een klein postkantoor waar Anna tientallen jaren geleden een kluisje had gehuurd.
De brief was gedateerd.
1998.
Bijna dertig jaar oud.
Op de envelop stond:
Voor mijn kinderen, wanneer ze oud genoeg zijn.
Emily en David zaten samen toen Daniel hem opende.
Ik was erbij.
Clara ook.
Daniel las de eerste regels hardop.
Anna schreef dat ze haar kinderen nooit was vergeten.
Dat ze jarenlang had gehoopt hen ooit weer te zien.
Maar dat ze bang was dat haar verleden hen zou vernietigen.
Ze schreef over haar vader.
Over de gestolen miljoenen.
Over de mensen die hem hadden geholpen.
Maar toen kwam het belangrijkste.
Anna schreef dat ze uiteindelijk had besloten terug te keren.
Niet naar haar oude huis.
Maar naar Nederland.
Ze had haar kinderen op afstand gevolgd.
Ze wist waar ze woonden.
Ze wist wat ze deden.
Maar ze had nooit contact opgenomen.
Waarom?
Omdat ze had ontdekt dat iemand haar nog steeds volgde.
Iemand die niet bij Michael hoorde.
Iemand anders.
Een man die ze alleen maar "de boekhouder" noemde.
Daniel stopte met lezen.
— De boekhouder?
Clara keek geschrokken.
— Dat kan niet.
Ik keek haar aan.
— Waarom niet?
Clara antwoordde:
— Omdat hij dood is.
Daniel keek naar haar.
— Wie?
Clara zei een naam.
Dezelfde naam die we eerder in de documenten hadden gezien.
Dr. Van der Meer.
Maar dat was geen boekhouder.
Clara legde uit dat Van der Meer niet alleen arts was.
Hij had jarenlang de financiële administratie van de stichting gecontroleerd.
Hij wist precies hoeveel geld verdwenen was.
En hij had veel meer invloed gehad dan we ooit hadden gedacht.
Anna had hem ontdekt.
Daarom was ze gevlucht.
Maar volgens de brief was er iets gebeurd in 1998.
Anna had besloten terug te keren.
Ze had een afspraak gemaakt met iemand.
Een afspraak die nooit had plaatsgevonden.
Omdat Anna op weg naar die afspraak werd aangehouden door de politie.
Niet als verdachte.
Maar als getuige.
Ze had informatie over een groot financieel onderzoek.
En daarna verdween ze opnieuw uit beeld.
Emily keek naar de brief.
— Waarom heeft ze nooit contact met ons opgenomen?
Daniel las verder.
Het antwoord was eenvoudig.
Anna dacht dat haar kinderen gelukkiger waren zonder haar.
Ze wilde niet opnieuw hun leven binnendringen.
Onderaan stond een laatste boodschap.
"Als jullie dit lezen, betekent het dat ik niet langer kan terugkeren. Maar onthoud dit: ik ben nooit weggegaan omdat ik jullie niet liefhad. Ik ging weg omdat liefde soms betekent dat je afstand neemt."
David barstte in tranen uit.
Emily legde haar hoofd tegen zijn schouder.
Ik keek naar het papier.
Toen zag ik iets onderaan.
Een tweede handschrift.
Niet van Anna.
Een naam.
Rebecca.
Ik keek naar Clara.
— Wie is Rebecca?
Clara werd bleek.
— Niemand.
Ik wist dat ze loog.
— Clara.
Ze zuchtte.
— Rebecca was Anna's beste vriendin.
— Waar is ze?
Clara keek naar het raam.
— Ze leeft nog.
Mijn hart begon sneller te kloppen.
— Waar?
— In België.
Daniel stond al op.
— We moeten haar vinden.
Maar Clara schudde haar hoofd.
— Dat heeft geen zin.
— Waarom niet?
Clara keek ons aan.
— Omdat Rebecca degene is die Anna heeft geholpen verdwijnen.
De kamer werd stil.
— En zij weet waarom Anna nooit naar huis is teruggekeerd.
* * *






