DEEL 4 — DE VROUW DIE DOOD HAD MOETEN ZIJN
De drie kloppen bleven door Shawns hoofd gaan.
Tok.
Tok.
Tok.
Hij stond voor de metalen deur.
“Pap?”
Geen antwoord.
“Pap!”
De onbekende man greep zijn schouder.
“Wacht.”
“Je zei dat dit zijn teken was!”
“Ja.”
“Dan moet hij daarachter zitten.”
“Niet noodzakelijk.”
De man opende de deur slechts enkele centimeters.
Een koude luchtstroom kwam naar binnen.
De gang daarachter was leeg.
Maar op de grond lag een kleine rode sjaal.
Shawn herkende hem onmiddellijk.
Zijn moeder droeg die sjaal ieder jaar met Kerstmis.
Hij pakte hem op.
“Dit is van mam.”
Brenda begon te huilen.
“Ze leefde hier.”
Shawn draaide zich naar haar om.
“Wat?”
“Niet alleen hier.”
Ze veegde haar tranen weg.
“Ze werden maandenlang verplaatst.”
“Door wie?”
“Thomas.”
“Waarom?”
“Omdat hij iets wilde.”
“Wat?”
Brenda keek naar de grond.
“De kluis.”
De onbekende man knikte.
“Je vader had een kluis die niemand kon openen.”
Shawn lachte bitter.
“Dus dit hele drama gaat om geld?”
“Nee.”
De man keek hem ernstig aan.
“Het geld is slechts een deel.”
“Wat is het andere deel?”
“Bewijs.”
“Waarvan?”
“Van een misdaad die twintig jaar geleden plaatsvond.”
Shawn voelde een rilling.
“Welke misdaad?”
Voordat de man antwoord kon geven, ging de mobiele telefoon over.
Iedereen schrok.
Het nummer was onbekend.
Shawn nam op.
“Hallo?”
Een vrouwenstem zei:
“Shawn.”
Hij herkende haar niet.
“Wie bent u?”
“Je moeder zou willen dat je me vertrouwt.”
Shawn keek naar Brenda.
“Wie is dit?”
De vrouw antwoordde:
“Mijn naam is Evelyn Miller.”
Brenda begon te beven.
Shawn fluisterde:
“Onze tante.”
“Ja.”
“U leeft.”
“Dat is ingewikkeld.”
“Waar zijn mijn ouders?”
Een stilte.
Toen:
“Je vader is gewond.”
Shawn voelde zijn hart ineenkrimpen.
“Waar is hij?”
“Op een plek waar Thomas hem niet kan vinden.”
“En mijn moeder?”
“Bij hem.”
Shawn sloot zijn ogen.
“Breng me naar hen.”
“Dat kan ik niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat je wordt gevolgd.”
Shawn keek naar de man naast hem.
“Door wie?”
“Door mensen die al jaren voor Thomas werken.”
De lijn viel weg.
Shawn probeerde terug te bellen.
Geen verbinding.
“Wie was dat?”
Brenda keek hem aan.
“Evelyn.”
“Waarom zei papa dat ze gevaarlijk was?”
Brenda schudde haar hoofd.
“Dat zei hij niet.”
“De brief zei dat ik haar moest zoeken.”
“Dan moet je haar vinden.”
De onbekende man pakte zijn jas.
“Maar niet hier.”
“Waar gaan we heen?”
“Naar de oude kerk.”
Shawn keek hem verbaasd aan.
“Waarom?”
“Je vader heeft daar iets verborgen.”
Ze verlieten de kelder via een andere uitgang en kwamen achter het landgoed tevoorschijn.
De sneeuw begon te vallen.
De kerk stond aan de rand van Pinewood Ridge.
Toen ze binnenkwamen, was het gebouw verlaten.
De man liep naar de oude houten preekstoel.
Hij tilde een plank op.
Daaronder lag een metalen doos.
Shawn opende hem.
Binnen lag een USB-stick.
En een foto.
Een familiefoto.
Shawn keek ernaar.
Zijn vader.
Zijn moeder.
Brenda.
En een vierde kind.
Een meisje.
Shawn keek naar zijn zus.
“Wie is dat?”
Brenda antwoordde niet.
“Brenda.”
Ze keek weg.
“Dat is Evelyn.”
Shawn staarde naar de foto.
“Ze was een kind.”
“Ja.”
“Waarom hebben we nooit over haar gehoord?”
Brenda fluisterde:
“Omdat papa dacht dat ze dood was.”
“En ze leeft.”
“Ja.”
De onbekende man stopte de USB-stick in een laptop.
Een videobestand verscheen.
De opname begon.
Don zat voor de camera.
Zijn gezicht was ouder dan op de andere beelden.
Hij keek recht in de lens.
“Shawn, als je dit ziet, moet je één ding begrijpen.”
Hij ademde diep in.
“Evelyn heeft ons nooit verraden.”
Shawn keek naar Brenda.
“Wie dan?”
Op het scherm verscheen een andere man.
Thomas.
Veel jonger.
Hij zat naast Don.
Don zei:
“Thomas heeft twintig jaar geleden geprobeerd onze familie uit elkaar te halen.”
De opname sprong.
Thomas schreeuwde tegen Don.
“Je gaat me die documenten geven!”
Don antwoordde:
“Ze zijn niet van jou.”
Toen verscheen Evelyn in beeld.
Ze was misschien zeventien.
Ze huilde.
Thomas pakte haar arm.
De opname eindigde.
Shawn stond verstijfd.
“Wat zijn die documenten?”
Brenda keek hem aan.
“De bewijzen dat Thomas verantwoordelijk was voor de dood van iemand.”
“Wie?”
Ze fluisterde:
“Onze grootvader.”
Plotseling ging de kerkdeur open.
Een koude wind blies naar binnen.
Een silhouet stond in de deuropening.
Shawn herkende hem meteen.
Thomas.
Hij glimlachte.
“Jullie hadden dit niet mogen vinden.”
De onbekende man trok Shawn naar achteren.
Thomas zette een stap naar voren.
“Maar maak je geen zorgen, Shawn.”
Hij glimlachte opnieuw.
“Je vader heeft nog één nacht.”






