DEEL 5 — Ik ontdekte waarom Brandon mij nooit echt had willen vermoorden
De helikopter vloog laag over de bergen.
Ik keek uit het raam.
Glacier National Park lag onder ons.
Dezelfde bergen.
Dezelfde sneeuw.
Dezelfde klif.
De plek waar Brandon mij had proberen te vermoorden.
Maar deze keer was ik niet alleen.
Naast mij zat rechercheur Harris.
En op de stoel tegenover mij zat Brandon, geboeid.
Hij had geen toestemming gekregen om mee te gaan.
Maar hij had geweigerd te zeggen waar mijn dochter was.
Dus zat hij hier.
Hij wist dat ik geen keuze had.
Toen we landden, stonden er meerdere politieauto's.
Een ambulance.
En een kinderarts.
Ik rende naar hen toe.
“Mijn dochter?”
De arts glimlachte.
“Ze leeft.”
Mijn knieën werden slap.
Ik hield haar eindelijk vast.
Mijn dochter.
Klein.
Warm.
Levend.
Ik huilde alsof alle angst van de afgelopen dagen tegelijk uit mijn lichaam verdween.
“Het spijt me,” fluisterde ik.
“Het spijt me dat je dit allemaal hebt moeten meemaken.”
Toen keek ik naar Brandon.
Hij stond op afstand.
Voor het eerst zag ik angst in zijn ogen.
Niet voor mij.
Voor wat ik misschien zou ontdekken.
Harris kwam naast me staan.
“Er is nog iets.”
“Wat?”
“De politie heeft een verlaten gebouw gevonden.”
“Waar?”
“Een paar kilometer verderop.”
Ik keek naar Brandon.
Hij zweeg.
“Wat voor gebouw?”
Harris antwoordde:
“Een oud onderzoeksstation.”
Brandon keek weg.
“Project Aurora.”
Ik draaide me naar hem om.
“Wat is Project Aurora?”
Hij keek me aan.
“Vraag je moeder.”
“Mijn moeder is hier niet.”
“Dat weet ik.”
“Waar is ze?”
Hij antwoordde niet.
Harris pakte hem bij zijn arm.
“Je hebt geen keuze meer.”
Brandon keek naar mij.
“Je moeder leeft.”
“Waar?”
“Onder het oude onderzoeksstation.”
We gingen erheen.
Het gebouw was half ingestort.
Binnen lagen oude computers, dozen en medische apparatuur.
Op een muur stond een oud logo.
AURORA RESEARCH DIVISION
Ik hield mijn dochter dichter tegen me aan.
“Wat hebben ze hier gedaan?”
Harris vond een metalen deur.
Daarachter zat een trap.
We gingen naar beneden.
Op de onderste verdieping vonden we een kamer.
En daar zat een vrouw.
Ouder.
Mager.
Met grijs haar.
Ik stopte.
Ze keek op.
Onze ogen ontmoetten elkaar.
“Mijn…”
Mijn stem brak.
“Mijn moeder?”
Ze begon te huilen.
“Mijn meisje.”
Ik liep naar haar toe.
Ze sloeg haar armen om me heen.
Voor het eerst in mijn leven begreep ik waarom haar ogen altijd zo verdrietig waren geweest.
“Waarom?”
Ze huilde.
“Omdat ik je wilde beschermen.”
“Waartegen?”
Ze keek naar Brandon.
“Daartegen.”
Brandon stond in de deuropening.
Mijn moeder keek hem aan.
“Je hebt haar bijna vermoord.”
Brandon zei niets.
Mijn moeder keek naar mij.
“Hij moest denken dat je dood was.”
“Waarom?”
“Omdat je vader…”
Ze stopte.
“Wat?”
“Je vader werkte voor Aurora.”
Ik keek haar aan.
“Mijn vader is overleden.”
“Nee.”
Ze schudde haar hoofd.
“Dat is wat ik je heb verteld.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Hij leeft?”
“Ja.”
“Waar?”
Mijn moeder wees naar een map.
“Hij is degene die alles heeft opgezet.”
Ik opende de map.
Daar stond een naam.
Daniel Prescott.
Mijn vader.
Daaronder stonden tientallen documenten.
Betalingen.
Rekeningen.
Onderzoeksgegevens.
En één document dat mijn aandacht trok.
LEVENSVERZEKERING — 50.000.000 DOLLAR.
Ik keek naar mijn moeder.
“Mijn vader heeft de verzekering afgesloten?”
Ze knikte.
“Hij wist dat jij ooit zou proberen te ontsnappen.”
“Waarom zou hij mij willen vermoorden?”
“Hij wilde je niet dood.”
“Maar waarom dan?”
Mijn moeder keek naar mijn dochter.
“Omdat hij wist dat jij het bewijs droeg.”
“Welk bewijs?”
Ze wees naar een oude medische scan.
“Toen je geboren werd, hebben ze iets in je lichaam geplaatst.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Een genetische sleutel.”
Ik keek naar mijn dochter.
“En zij?”
Mijn moeder schudde haar hoofd.
“Zij is de tweede generatie.”
Ik begreep niets.
Mijn moeder ging verder.
“Project Aurora was geen gewoon onderzoeksprogramma.”
“Wat was het dan?”
“Ze onderzochten hoe bepaalde genetische eigenschappen van generatie op generatie konden worden doorgegeven.”
Ik voelde woede.
“Dus ik ben een experiment?”
“Je was een kind.”
Ze huilde.
“Dat was precies waarom ik je meenam.”
“En mijn vader?”
“Hij wilde je terug.”
“Waarom?”
“Omdat jij de enige was die toegang had tot de oorspronkelijke gegevens.”
Ik keek naar Brandon.
“En jij?”
Hij zweeg.
Mijn moeder antwoordde voor hem.
“Brandon werkte voor je vader.”
Mijn hart brak.
“Dus ons huwelijk…”
“Was geen toeval.”
Ik voelde een rilling door mijn lichaam.
“Hij is met me getrouwd om bij mij te komen?”
Brandon keek naar mij.
“Ja.”
Mijn adem stokte.
“Je hield nooit van me.”
Hij keek weg.
“Nee.”
Dat ene woord deed meer pijn dan de val van de klif.
Maar toen keek hij opnieuw naar mijn dochter.
“Maar er is iets wat je moeder niet weet.”
Mijn moeder verstijfde.
“Wat?”
Brandon zei:
“Daniel wilde haar niet vermoorden.”
“Wat dan?”
“Hij wilde haar dochter.”
Mijn moeder werd bleek.
“Waarom?”
Brandon keek naar mij.
“Omdat de baby de echte sleutel is.”
Ik voelde mijn hart stoppen.
Mijn dochter begon te huilen.
Ik drukte haar tegen me aan.
Harris trok onmiddellijk haar wapen.
“Niemand komt bij het kind.”
Brandon glimlachte.
“Daarom heeft Daniel vijftig miljoen dollar betaald.”
Ik keek hem aan.
“Betaald?”
“De verzekering was nooit bedoeld om jou rijk te maken.”
“Waarvoor dan?”
“Om iedereen te laten geloven dat jij dood was.”
Mijn moeder fluisterde:
“Een dekmantel.”
Brandon knikte.
“Precies.”
Ik keek naar mijn dochter.
Toen naar mijn moeder.
En uiteindelijk naar Brandon.
“Waar is mijn vader?”
Brandon wees naar de deur.
“Hij weet al dat je hier bent.”
Op dat moment ging alle verlichting uit.
Een telefoon begon te rinkelen.
Mijn moeder keek naar het scherm.
Haar gezicht werd wit.
Ik pakte de telefoon.
Er stond één bericht.
JE HEBT MIJN GELD GEPAKT.
Daarna:
NU KOM IK MIJN DOCHTER HALEN.
Ik keek naar mijn moeder.
“Wat bedoelt hij met dochter?”
Mijn moeder zei niets.
Ik keek opnieuw naar het bericht.
Toen kwam er een tweede bericht.
EN DE BABY DIE JE DRAAGT IS NIET VAN BRANDON.
Mijn hart stopte.
Ik keek naar mijn dochter.
Daarna naar Brandon.
Hij glimlachte niet meer.
En voor het eerst begreep ik dat de vraag niet langer was waarom Brandon mij had willen vermoorden.
De echte vraag was:
Wie is de vader van mijn kind?






