DEEL 31 — Mijn vader was terug… maar hij zei dat ik hem nooit mocht vertrouwen
Ik wist niet wat ik moest voelen.
Mijn vader stond voor mij.
De man die ik jaren geleden had begraven.
De man die ik had gerouwd.
De man die ik had geprobeerd te begrijpen.
En nu stond hij hier.
Levend.
“Waarom?”
Dat was het enige woord dat ik kon uitbrengen.
Hij keek mij aan.
“Omdat ik wist dat deze dag zou komen.”
“Je hebt me laten geloven dat je dood was.”
“Ja.”
“Je hebt me laten geloven dat ik alleen was.”
“Dat was niet mijn bedoeling.”
“Maar je deed het.”
Hij knikte.
“Ik weet het.”
Elise stond naast mij.
“Vertel haar alles.”
Mijn vader keek naar haar.
“Dat verdien ik niet.”
“Niet jij bepaalt dat.”
Hij zweeg.
Toen haalde hij een oude sleutel uit zijn jas.
“Er is een kamer onder het huis van oma.”
“Wat zit daar?”
“De originele archieven.”
“Over Aurora?”
“Over alles.”
* * *
We reden samen naar het oude familiehuis.
Het huis stond leeg.
De ramen waren gebroken.
De tuin was overwoekerd.
Mijn vader liep rechtstreeks naar de bibliotheek.
Hij schoof een boekenkast opzij.
Daarachter zat een metalen deur.
Hij gebruikte de sleutel.
De deur ging open.
Een trap leidde naar beneden.
Ik volgde hem.
Op de muren stonden honderden namen.
Mijn naam.
Die van Elise.
Die van mijn moeder.
Die van mijn vader.
Maar ook namen die ik niet kende.
“Wie zijn al deze mensen?”
“De eerdere proefpersonen.”
“Hoeveel?”
“Zevenenveertig.”
Ik keek hem geschokt aan.
“En hoeveel hebben het overleefd?”
“Drie.”
“Wie?”
Hij keek naar mij.
“Jij.”
Toen naar Elise.
“Zij.”
En vervolgens wees hij naar een derde naam.
Ik kende die naam.
NORA.
Mijn dochter.
Mijn hart stopte.
“Wat?”
Mijn vader keek mij aan.
“Dat is waarom ik je waarschuwde.”
“Wat heeft Nora hiermee te maken?”
“Ze draagt jouw genetische combinatie.”
“Ze is een kind.”
“Precies.”
Ik voelde woede.
“Ze blijft erbuiten.”
Mijn vader knikte.
“Dat is wat ik ook wil.”
“Wie wil haar?”
Hij keek naar Elise.
“Onze oma.”
* * *
Een geluid kwam uit de gang.
Voetstappen.
Mijn vader draaide zich om.
“Ze zijn hier.”
“Wie?”
“De mensen van Aurora.”
Elise pakte mijn arm.
“Emma, we moeten weg.”
Maar het was te laat.
De deur sloeg dicht.
We zaten opgesloten.
Mijn vader keek naar een oude computer.
Hij drukte op een knop.
Een scherm ging aan.
Mijn oma verscheen.
Levend.
“Hallo, Emma.”
Ik keek naar het scherm.
“Waar is Nora?”
Mijn oma glimlachte.
“Veilig.”
“Waar?”
“Waar jij haar nooit zult vinden.”
Ik voelde mijn bloed koud worden.
“Als je haar aanraakt…”
“Dan gebeurt er niets.”
Ze glimlachte.
“Niet zolang jij doet wat ik vraag.”
“Wat wil je?”
“Jou.”
Ik verstijfde.
“Waarom?”
“Omdat jouw lichaam de laatste ontbrekende schakel is.”
“Voor Aurora?”
“Nee.”
Ze keek naar Elise.
“Voor iets veel groters.”
Elise werd bleek.
“Ze heeft het gevonden.”
Mijn oma glimlachte.
“Ja.”
Mijn vader keek naar mij.
“Emma, luister goed.”
“Wat?”
“Je bent niet de laatste generatie.”
Hij wees naar het scherm.
“Je bent de eerste.”
Mijn hart bonsde.
Mijn oma zei:
“En Nora is de toekomst.”
Het scherm werd zwart.
Daarna verscheen één woord:
AURORA II.
* * *






