DEEL 8 — MIJN DOCHTER WAS HUN VOLGENDE DOELWIT
“DOELWIT: MILA.”
Ik staarde naar het scherm.
De letters leken te bewegen voor mijn ogen.
“Waar is ze?”
Mijn stem klonk vreemd.
Te rustig.
Alexander keek onmiddellijk naar zijn telefoon.
“Bij je zus.”
“Welke zus?”
“Ellen.”
Mijn hart sloeg over.
“Ze is veilig.”
“Dat weet je niet.”
“Ik heb beveiliging bij haar huis.”
“Wie?”
“Mijn mensen.”
Ik keek hem woedend aan.
“Je mensen?”
“Isabella…”
“Dezelfde mensen die mijn moeder hebben vastgehouden?”
Hij zweeg.
“Dezelfde mensen die mijn dochter hebben getest?”
“Niet allemaal.”
“Maar sommigen.”
Hij knikte langzaam.
“Ja.”
Ik draaide me om.
“Ik ga naar Mila.”
Thomas kwam achter me aan.
“Ik ook.”
Victor zei niets.
Ik keek naar hem.
“Jij blijft hier.”
Hij glimlachte.
“Dat was nooit mijn bedoeling.”
“Wat bedoel je?”
Hij wees naar het scherm.
“Fase twee is al begonnen.”
Op dat moment ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
“Hallo?”
Een mannenstem.
“Isabella.”
Ik herkende hem niet.
“Wie ben je?”
“Je hebt iets geactiveerd wat je nooit had mogen activeren.”
“Waar is mijn dochter?”
Een korte stilte.
Toen:
“Ze is voorlopig veilig.”
“Voorlopig?”
“Dat hangt van jou af.”
Mijn hart bonsde.
“Als je haar aanraakt…”
“Niemand wil haar pijn doen.”
“Dan waarom hebben jullie haar als doelwit gemarkeerd?”
“Omdat ze belangrijker is dan jij.”
Ik voelde mijn handen trillen.
“Waar is ze?”
“Je hebt één uur.”
“Waarvoor?”
“Breng het bestand naar de oude kliniek aan de Amstel.”
“En daarna?”
“Dan krijg je Mila terug.”
“Hoe weet ik dat?”
“Dat weet je niet.”
De verbinding werd verbroken.
* * *
Ik keek naar Alexander.
“De oude kliniek.”
Hij werd bleek.
“Dat gebouw bestaat niet meer.”
“Blijkbaar wel.”
Thomas pakte zijn jas.
“Dan gaan we.”
Victor stond op.
“Ik ga mee.”
“Nee.”
“Je hebt mijn hulp nodig.”
“Waarom zou ik jou vertrouwen?”
“Omdat ik de enige ben die weet wat ze van plan zijn.”
Ik keek hem aan.
“En waarom zou ik geloven dat jij niet degene bent die dit heeft veroorzaakt?”
Hij antwoordde:
“Omdat als ik Mila wilde hebben, je nu niet wist dat ze gevaar liep.”
Dat argument maakte me stil.
Hij had gelijk.
Maar dat betekende niet dat ik hem vertrouwde.
“Vooruit.”
* * *
De rit naar de oude kliniek voelde eindeloos.
Ik zat achterin.
Thomas naast mij.
Alexander reed.
Victor zat voorin.
Niemand sprak.
Tot Thomas ineens zei:
“Isabella.”
“Ja?”
“Er is iets wat je moet weten.”
Ik keek hem aan.
“Wat?”
“Je dochter is niet getest zonder jouw toestemming.”
Ik fronste.
“Wat bedoel je?”
“Toen Mila geboren werd, werd er bloed afgenomen.”
“Zoals bij ieder kind.”
“Nee.”
Zijn stem werd zachter.
“Er werd extra materiaal verzameld.”
Mijn hart stopte.
“Door wie?”
“Een arts.”
“Welke arts?”
Hij keek naar Alexander.
“Dokter Van Rijn.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Mijn collega?”
Alexander knikte.
“Hij werkte voor de raad.”
“Dat kan niet.”
“Hij was degene die Anna de genetische resultaten gaf.”
Ik dacht terug aan alle keren dat ik hem in het ziekenhuis had gezien.
Zijn vriendelijke glimlach.
Zijn rustige stem.
Zijn vertrouwen.
Mijn handen werden koud.
“Hoe lang weet jij dit?”
“Sinds gisteren.”
“En je hebt het mij niet verteld?”
“Ik wilde eerst bewijs.”
“Jullie willen altijd eerst bewijs.”
Ik keek uit het raam.
“En ondertussen verdwijnen mensen.”
* * *
We arriveerden bij de oude kliniek.
Het gebouw stond verlaten.
De ramen waren gebroken.
De muren waren bedekt met klimop.
Maar één licht brandde boven.
Alexander parkeerde.
“Blijf achter mij.”
Ik stapte uit.
“Nee.”
Hij keek me aan.
“Je bent niet gewapend.”
“Ik heb iets veel belangrijkers.”
“Wat?”
“Een reden om niet bang te zijn.”
We liepen naar binnen.
De deur stond open.
Een lange donkere gang strekte zich voor ons uit.
Aan het einde stond een stoel.
Daar zat een vrouw.
Ik herkende haar onmiddellijk.
“Dokter Van Rijn.”
Hij keek op.
“Isabella.”
Mijn hart bonsde.
“Waar is mijn dochter?”
Hij glimlachte.
“Veilig.”
“Waar?”
“Ze is niet hier.”
Ik voelde woede opkomen.
“Je hebt haar meegenomen.”
“Nee.”
“Wie dan?”
Hij wees naar een monitor.
Op het scherm verscheen een livebeeld.
Mila zat op een bank.
Ze keek rustig naar een film.
Mijn hart brak van opluchting.
“Mila!”
Ze kon me niet horen.
“Waar is ze?”
“Een veilige locatie.”
“Breng haar hier.”
“Dat kan niet.”
“Waarom?”
“Omdat iemand anders haar beschermt.”
Ik keek naar Alexander.
Hij werd bleek.
“Wie?”
Van Rijn glimlachte.
“Je moeder.”
Ik voelde mijn adem stokken.
“Maria?”
“Ja.”
“Ze is toch hier?”
“Nee.”
Hij drukte op een knop.
Een tweede beeld verscheen.
Mijn moeder zat naast Mila.
Ze hield haar hand vast.
Ik begon te huilen.
“Waarom?”
Van Rijn antwoordde:
“Omdat je moeder de enige is die weet hoe ze haar moet beschermen.”
Ik keek hem aan.
“Dan waarom ben ik hier?”
Hij stond op.
“Omdat jij moet kiezen.”
“Wat?”
Hij wees naar twee deuren.
“De ene deur leidt naar je dochter.”
“En de andere?”
“De waarheid.”
Ik keek naar Thomas.
Hij schudde zijn hoofd.
“Het is een val.”
Van Rijn glimlachte.
“Dat weet je.”
“Wat wil je?”
“De sleutel.”
“Welke sleutel?”
“De genetische code.”
Ik begreep het.
“Van Mila?”
“Van jou.”
Hij wees naar mijn arm.
“Je draagt hem.”
Ik keek naar mijn huid.
“Hoe?”
“Je DNA.”
Ik voelde een rilling.
“En als ik weiger?”
“Dan blijft je dochter waar ze is.”
“En als ik meewerk?”
“Dan krijg je haar terug.”
* * *
Ik liep naar de twee deuren.
De eerste had een rode markering.
FAMILIE.
De tweede:
WAARHEID.
Ik keek naar Thomas.
“Welke?”
“Geen van beide.”
“Wat?”
“Zoek een derde.”
Ik keek om me heen.
De muren.
De vloer.
De camera's.
Toen zag ik het.
Een klein blauw lampje onder de tafel.
Ik liep ernaartoe.
Een verborgen paneel.
Ik drukte erop.
De muur schoof open.
Achter de muur zat een derde deur.
Daarop stond:
VERNIETIGING.
Van Rijn werd bleek.
“Niet doen.”
Ik keek hem aan.
“Waarom niet?”
“Omdat je dan alles vernietigt.”
“Precies.”
Ik liep naar de deur.
“Isabella!”
Ik drukte mijn hand tegen de scanner.
Het systeem piepte.
IDENTITEIT HERKEND.
FASE TWEE KAN WORDEN BEËINDIGD.
Ik keek naar Van Rijn.
“Wat gebeurt er nu?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Je begrijpt niet wat je doet.”
Ik drukte verder.
Het scherm lichtte rood op.
WAARSCHUWING: VERNIETIGING VAN PROJECT ISABELLA ZAL ALLE GEGEVENS WISSEN.
Ik keek naar Thomas.
“Ook Mila?”
“Nee.”
“Zeker?”
Hij knikte.
“Het project wel. Niet haar DNA.”
Ik drukte op de knop.
Een harde zoemer klonk.
De schermen begonnen één voor één zwart te worden.
Van Rijn schreeuwde:
“STOP!”
Te laat.
Op het grote scherm verscheen:
PROJECT ISABELLA — VERNIETIGD.
Ik haalde diep adem.
Maar toen verscheen er een laatste bestand.
BACK-UP SERVER: ACTIEF.
Mijn hart zakte.
“Wat betekent dat?”
Alexander keek naar Victor.
Victor werd bleek.
“Dat betekent…”
Hij zweeg.
“Wat?”
Hij keek mij aan.
“Dat iemand anders de controle heeft.”
Mijn telefoon ging.
Een bericht.
Ik opende het.
Een foto.
Mila.
Ze stond buiten.
Naast haar stond mijn moeder.
En achter hen…
een man.
Ik kende hem.
Ik had hem slechts één keer gezien.
Op een oude foto van mijn vader.
Thomas Vermeer.
Mijn vader.
Maar hij was hier.
Levend.
En onder de foto stond:
JE HEBT HET PROJECT VERNIETIGD.
MAAR JE KUNT JE VADER NIET VERNIETIGEN.
KOM NAAR HUIS, ISABELLA.
HIJ WACHT OP JE.
Ik keek naar Thomas naast me.
Zijn gezicht was lijkbleek.
“Dat kan niet,” fluisterde hij.
“Waarom?”
Hij keek naar de foto.
“Omdat die man…”
Hij slikte.
“…niet je vader is.”
Ik voelde mijn hart stoppen.
“Wie is hij dan?”
Thomas keek mij recht aan.
“De man die mijn identiteit heeft gestolen.”
WORDT VERVOLGD…






