De zware koperen kandelaar trof het verroeste slot met een oorverdovende, metaalachtige klap. De echo rolde door de hoge bogen van de kapel als een donderslag. V Vonken vlogen uit het slotframe en het roestige mechanisme gaf met een hard krakend geluid mee.
Femke greep de hendel en duwde met haar volle gewicht tegen de zware ijzeren deur. Met een schurend geluid over de stenen vloer zwaaide de deur open naar een steile, pikdonkere trap die diep naar beneden leidde, de ingewanden van het oude klooster in.
'Sneller! Ze hebben het gehoord!' riep ik.
Aan het einde van de lange gang buiten de kapel hoorden we al het wrede gestommel van zware laarzen die op ons af kwamen.
'Hier zijn ze! In de kapel!' schreeuwde een mannenstem.
We glipten door de smalle deuropening en Femke trok de zware ijzeren deur zo ver mogelijk achter ons dicht. Er was geen slot aan de binnenkant, maar ze schoof de zware koperen kandelaar schuin tussen de klink en de stenen muur als een primitieve barricade.
We haastten ons de smalle, vochtige stenen trap af. De treden waren glad van de eeuwenoude condens en de lucht werd met elke stap die we daalden kouder en muffer. De zaklamp van Femke's telefoon wierp een smalle, trillende lichtstraal op de ruwe bakstenen muren.
Onderaan de trap kwamen we terecht in een grote, gewelfde ruimte. De geur van vochtige aarde en verrot hout was hier ondragelijk sterk. Langs de muren stonden oude, verweerde stenen sarcofagen en houten opbergkisten die door de tijd waren aangetast.
'Waar is het, Femke?' vroeg ik pufte, terwijl ik mijn hand tegen de ijzig koude muur drukte om niet te vallen.
Femke richtte de lichtstraal op het midden van de ruimte. Daar stond een grote stenen tafel, ondersteund door vier dikke pijlers. Op de achterste muur achter de tafel was een klein eikenhouten luik ingebouwd, bedekt met een dikke laag stof en spinwebben.
'In het dagboek schreef papa dat hij het achter het muurluik van de crypte heeft gelegd,' zei Femke.
Ze liep naar het luik en trok het houten deurtje open. Het hout was half verrot en brak bijna moeiteloos af. Binnenin de nis lag een zware, houten kist, beslagen met dikke messing banden. Het hout van de kist was hetzelfde eikenhout als dat van onze oude keukentafel.
Femke tilde de kist met moeite uit de nis en zette hem op de stenen tafel. De kist was niet op slot. Met trillende vingers tilde ze het zware deksel op.
In het licht van de telefoon zagen we de inhoud.
Er lagen stapels oude guldensbiljetten, gebundeld met elastiekjes die door de tijd waren uitgedroogd en gebroken. Maar het belangrijkste lag onder het geld: een dik, in leer gebonden notitieboek en een stapel officiële documenten, voorzien van stempels en handtekeningen uit 1986.
'Dit is het...' fluisterde Femke wanhopig. 'De bewijzen van de illegale transacties, de namen van de internationale kopers, en de dubbele boekhouding van de maatschap.'
Ik pakte het leren notitieboek vast en sloeg het open. Het handschrift van Hendrik vulde de pagina's. Mijn ogen vlogen over de regels, geschreven met de blauwe vulpen die ik hem voor zijn dertigste verjaardag cadeau had gegeven.
'12 oktober 1986,' las ik zachtjes voor. 'Barend en Sanders hebben de grens overschreden. Ze hebben de boerderij gebruikt om wapens te verbergen voor de smokkel naar Duitsland. Als Astrid erachter komt, vermoorden ze ons allebei. Ik heb het geld en de originele papieren uit de kluis gehaald. Ik verstopt de sleutel onder de keukentafel, waar niemand zoekt. Als mij iets overkomt, moet dit materiaal naar de rijksrecherche.'
Een traan rolde over mijn wang en viel op het vergeelde papier. Hendrik had al die jaren geleefd met het zwaard van Damocles boven zijn hoofd. Elk stil moment, elke afwezige blik van hem die ik destijds als afstandelijkheid had geïnterpreteerd, was in werkelijkheid pure doodsangst geweest om zijn gezin te beschermen.
Bovenaan de stenen trap klonk plotseling een luide, metaalachtige klap. De koperen kandelaar die de deur barricadeerde, bezweek onder het geweld van buitenaf.
De deur vloog open.
Stappen kwamen met snelle, galmende treden de trap af.
'Leg het deksel niet dicht, dames,' klonk de stem van Sanders door de kelder.
Hij stapte de crypte binnen, vergezeld door twee mannen met zaklampen en pistolen. Maar tot mijn grote verbazing liep achter hen nog iemand de ruimte binnen.
Het was Barend van der Meer. Zijn gezicht was bloedig rond zijn litteken, alsof hij kort tevoren een gevecht had overleefd, maar in zijn ogen brandde dezelfde kille blik als op de trap in Zwolle.
'Zo, Astrid,' zei Sanders, terwijl hij zijn pistool op Femke richtte. 'Uiteindelijk brengt het spoor ons altijd terug naar de bron. Hendrik heeft ons veertig jaar geleden een vermogen gekost. Het wordt tijd dat zijn familie de schuld vereffent.'
'Jullie krijgen niets,' zei ik, terwijl ik mezelf beschermend voor Femke en de kist stelde. 'De papieren in deze kist zijn jullie ondergang. Zodra de politie dit ziet—'
'De politie ziet niets, mevrouw Evers,' onderbrak Sanders me met een kille glimlach. 'Omdat deze crypte vanavond het graf wordt van jullie allemaal. Inclusief Barend.'
Barend keek abrupt om naar Sanders. 'Wat zei je?'
Sanders lachte zachtjes. 'Denk je echt dat ik de buit met jou ga delen, Barend? Jij bent net zo’n relict uit 1986 als die tafel. Zodra ik de documenten heb en dit vuur ontstoken is, is het verleden voorgoed gewist.'
Eén van Sanders' mannen trok een blik benzine tevoorschijn uit zijn rugzak en begon de vloeistof over de stenen vloer en de houten sarcofagen te gieten.






