DEEL 4 – DE SCHULD VAN DANIEL
De voetstappen kwamen dichterbij en mijn hart bonsde als een hamer tegen mijn ribbenkast. Ik had seconden om te beslissen wat ik moest doen. Als Sofia mij hier zou vinden met het geheime dossier in mijn handen, zou het masker definitief vallen. Er zou geen weg terug meer zijn. Ik keek om me heen in de kleine studeerkamer. Er was geen andere uitgang dan de deur waar Sofia net door naar binnen dreigde te stappen.
Snel schoof ik het dossier onder een stapel oude tijdschriften op de plank en deed alsof ik een vergeelde foto van de muur aan het bekijken was. De deur van de studeerkamer zwaaide open. Sofia stond in de deuropening, haar gezicht strak van ergernis. Ze droeg een dure mantel die kletsnat was van de regen, en haar haar zat wild om haar gezicht. “Wat ben je in godsnaam aan het doen, mam?” vroeg ze scherp, haar ogen scanden de kamer.
“Daniel belt me al de hele tijd paniekerig op. De notaris is woedend omdat we te laat zijn. Waarom loop je hier nog rond in dit kille huis?” Ik draaide me langzaam om en keek mijn dochter recht in de ogen aan. Voor het eerst in mijn leven zag ik geen liefhebbend kind voor me, maar een vreemdeling wier ogen werden gedreven door angst en pure eigenbelang.
“Ik nam even afscheid, Sofia,” zei ik, mijn stem opvallend kalm, hoewel mijn handen in mijn zakken trilden van woede. “Dit huis betekent veel voor me. Het is niet niks om na al die jaren de sleutels voorgoed in te leveren.” Sofia rolde met haar ogen, een gebaar van totale ongeduld dat ik vroeger altijd had afgedaan als ‘jeugdig temperament’, maar nu zag als kil egoïsme.
“Je hebt nu wel genoeg sentimentaliteit gehad, mam,” zei ze bits, terwijl ze naar voren stapte en mij bij mijn arm pakte om me mee te trekken. “Kom op. Daniel staat al bij het notariskantoor te wachten. Alles is geregeld. We moeten nu tekenen, anders mis ik mijn vlucht naar Londen morgen.” Ik liet me meetrekken, maar van binnen brandde er een vuur dat niet meer te blussen viel.
Ze dacht dat ik nog steeds diezelfde naïeve moeder was die alles zou doen om haar kinderen te plezieren. Ze wist niet dat ik zojuist het hele web van leugens had blootgelegd. We reden in stilte naar het notariskantoor in het stadscentrum. De regen bleef onverminderd neerplonzen. In de auto keek Sofia voortdurend op haar telefoon, snel appjes typend naar Daniel om te bevestigen dat we onderweg waren.
Ze keek niet één keer opzij naar mij. Toen we aankwamen bij het kantoor, stond Daniel al ongeduldig op de stoep te ijsberend onder een grote paraplu. Zodra hij onze auto zag, liep hij met grote stappen naar het portier en trok het open. “Schiet op! Waarom duurde dit zo lang?” snauwde hij tegen Sofia en mij tegelijk. “De notaris heeft zo een andere afspraak.
Als dit misloopt, kunnen we fluiten naar de deal.” “Rustig maar, Daniel, we zijn er toch?” zei Sofia koel. “Mam had even wat tijd nodig om haar emoties te bedwingen.” Daniel keek me vluchtig aan. Er was geen warm vader- of moederliefde in zijn blik te bekennen, alleen een kille berekening. “Goed zo, mam. Laten we naar binnen gaan. Geen gedoe nu, gewoon je handtekening zetten zoals we hebben afgesproken.” We liepen het imposante gebouw binnen en namen de lift naar de derde verdieping.
De gangen van het notariskantoor roken naar oud papier en glanslak. De receptionist wees ons direct door naar het kantoor van notaris Van de Berg. De notaris, een man op leeftijd met een keurig grijs kostuum en een bril op zijn neus, zat achter een groot mahoniehouten bureau. Voor hem lag een dik pak officiële documenten. “Goedendag,” zei de notaris met een plechtige stem.
“Functie en documenten zijn in orde. Mevrouw de Jong, u staat op het punt om de verkoopakte van het pand aan de rand van de stad te ondertekenen. Bent u zich bewust van de voorwaarden?” Daniel en Sofia hielden hun adem in. Ze leunden beiden voorover, hun ogen gevestigd op de pen in mijn hand. Ik pakte de pen vast. Het metalen gewicht voelde koud aan in mijn hand. Ik keek naar de handtekeninglijn op het papier. En toen legde ik de pen langzaam weer neer.






