DEEL 9 — DE MOEDER DIE NOOIT BESTOND
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Ik keek naar de vrouw tegenover me.
Daarna naar Hendrik.
Toen naar Laura.
Mijn dochter.
Mijn kind.
Het kind dat ik jarenlang als mijn eigen dochter had opgevoed.
“Laura’s moeder?” herhaalde ik.
Hendrik knikte.
Ik voelde iets in mijn borst breken.
“Maar je zei altijd dat haar moeder…”
“Ik weet wat ik zei.”
“Je zei dat ze bij de geboorte was overleden.”
“Dat was een leugen.”
Ik stond langzaam op.
Mijn stoel schoof naar achteren.
“Dus alles was een leugen?”
Hendrik keek me aan.
“Nee.”
“Niet alles?”
“Wat ik voor jou voelde was echt.”
Ik lachte bitter.
“Dat maakt het niet minder erg.”
De vrouw aan tafel bleef stil.
Ze leek totaal niet verrast door mijn woede.
Laura stond tussen ons in.
“Mam…”
Ik keek naar haar.
“Hoe lang wist jij dit?”
Ze schudde haar hoofd.
“Pas sinds een paar maanden.”
“En je hebt me niets verteld?”
“Ik wilde je beschermen.”
Ik voelde de ironie.
Iedereen wilde mij beschermen.
En toch had iedereen mij voorgelogen.
Ik keek naar de vrouw.
“Wat is uw naam?”
“Marianne.”
“Marianne wat?”
“Marianne de Vries.”
De naam zei me niets.
Maar toen zag ik Hendriks gezicht.
Hij kende haar duidelijk.
“Waarom ben je hier?”
Marianne legde haar handen op de tafel.
“Omdat jullie eindelijk dicht bij de waarheid zijn.”
“Welke waarheid?”
“De waarheid over Laura.”
Laura keek naar haar.
“Je hebt mij nooit gezocht.”
Marianne slikte.
“Ik heb je iedere dag gezocht.”
“Waarom kwam je dan nooit?”
“Omdat ik dacht dat Hendrik je veiliger zou houden.”
Laura keek naar haar vader.
“Dus jij wist waar ik was?”
Marianne knikte.
“Ja.”
Ik voelde mijn hoofd duizelen.
“Wacht.”
Ik keek naar Hendrik.
“Jullie wisten allebei waar Laura was?”
“Ja.”
“En ik niet?”
“Nee.”
Ik sloot mijn ogen.
Mijn hele leven leek plotseling een toneelstuk waarin iedereen het script kende behalve ik.
Marianne pakte de map.
“Er is nog iets.”
Ze schoof een document naar me toe.
Ik keek ernaar.
Het was een geboorteakte.
Mijn ogen gingen onmiddellijk naar de naam van de moeder.
Marianne de Vries.
De naam van de vader:
Hendrik van Dijk.
En bij de geboortedatum stond Laura’s geboortedatum.
Ik keek naar Laura.
“Waarom heeft niemand mij dit verteld?”
Marianne antwoordde:
“Omdat Laura officieel nooit bij Hendrik en mij heeft gewoond.”
“Waar was ze dan?”
“Bij jou.”
Ik fronste.
“Wat?”
Hendrik keek naar mij.
“Toen Laura twee jaar oud was, besloot Marianne te verdwijnen.”
“Waarom?”
“Omdat ze werd bedreigd.”
“Door wie?”
Marianne keek naar de deur.
“Door dezelfde mensen die nu achter jullie aan zitten.”
Ik voelde de spanning terugkeren.
“Dus je liet je dochter achter?”
“Om haar te redden.”
Laura keek haar moeder aan.
“Dat heb je mij nooit verteld.”
“Ik wilde dat je een normaal leven kreeg.”
“Normaal?”
Laura lachte door haar tranen heen.
“Ik heb twaalf jaar lang moeten vluchten!”
Marianne boog haar hoofd.
“Dat weet ik.”
Ik keek naar haar.
“Wat heeft dit met het familiefonds te maken?”
Ze werd stil.
Toen zei ze:
“Alles.”
Ze haalde een tweede map uit haar tas.
“Het familiefonds werd niet opgericht voor jullie kleinkinderen.”
Ik keek haar geschokt aan.
“Wat?”
“Dat was slechts de officiële reden.”
Hendrik pakte mijn hand.
“Het echte doel was om het geld veilig te stellen.”
“Welk geld?”
“Het geld dat Laura en ik hadden teruggevonden.”
Ik voelde mijn hartslag versnellen.
“Hoeveel?”
Marianne antwoordde:
“Meer dan drie miljoen euro.”
Thomas keek haar ongelovig aan.
“Drie miljoen?”
“Dat geld was afkomstig uit verschillende frauduleuze constructies.”
Ik dacht aan het familiefonds.
Aan de €280.000 die er nu nog in stond.
“Dus het geld in het fonds…”
“Is een klein deel van het oorspronkelijke bedrag.”
Ik keek naar Hendrik.
“Waarom heb je mij nooit verteld dat ik ermee verbonden was?”
“Omdat jij de enige persoon was die Peter niet verdacht.”
“En nu?”
“Nu weet hij dat je alles weet.”
Op dat moment trilde mijn telefoon.
Een bericht.
Van Jeroen.
“We moeten dringend praten.”
Ik liet het scherm aan Hendrik zien.
Hij werd onmiddellijk ernstig.
“Bel hem niet.”
“Waarom?”
“Omdat hij weet dat Marianne hier is.”
Ik keek naar haar.
“Hoe kan hij dat weten?”
Marianne antwoordde:
“Omdat hij ons al die tijd heeft gevolgd.”
Laura haalde haar geheugenkaart uit haar tas.
“Daarom heb ik dit.”
“Wat staat erop?”
“Een opname van Jeroen.”
Ze stopte het kaartje in haar laptop.
Een stem vulde de kleine ruimte.
Jeroen.
“Peter moet verdwijnen voordat Elisabeth ontdekt wat er werkelijk met het geld is gebeurd.”
Mijn hart sloeg over.
Daarna klonk een tweede stem.
Een vrouwenstem.
Ik keek naar Marianne.
Ze schudde haar hoofd.
“Dat ben ik niet.”
De opname ging verder.
“En als Hendrik terugkomt?”
Jeroen antwoordde:
“Dan zorgen we ervoor dat Elisabeth hem niet gelooft.”
Ik voelde mijn handen trillen.
Toen kwam een derde stem.
Een stem die ik onmiddellijk herkende.
Mijn eigen broer Peter.
“En als Laura haar moeder vindt?”
Jeroen antwoordde:
“Dan hebben we geen keuze meer.”
De opname stopte.
Niemand zei iets.
Toen hoorde ik buiten een auto stoppen.
Hendrik keek naar het raam.
“Ze zijn hier.”
Thomas stond op.
“Wie?”
Hendrik antwoordde:
“Jeroen.”
Ik keek naar de deur.
“Dan moeten we vertrekken.”
Marianne schudde haar hoofd.
“Te laat.”
De deur van het café ging open.
Jeroen kwam binnen.
Alleen.
Hij glimlachte.
“Wat een familie.”
Hij keek naar Hendrik.
“Je had dood moeten blijven.”
Daarna keek hij naar mij.
“En jij had nooit in die dossiers moeten graven.”
Ik voelde eindelijk geen angst meer.
Alleen woede.
“Jeroen, waarom?”
Hij keek me lang aan.
Toen zei hij:
“Omdat jouw man en jouw dochter niet de slachtoffers zijn.”
Hij wees naar Hendrik.
“Hij heeft twaalf jaar geleden zelf de eerste stap gezet.”
Ik keek naar mijn man.
“Welke stap?”
Hendrik werd bleek.
Jeroen glimlachte.
“Vraag hem maar waarom hij ooit met Marianne trouwde.”
Ik keek naar Hendrik.
Hij zei niets.
En toen begreep ik dat er nog één geheim overbleef.
Een geheim dat zelfs na twaalf jaar nog nooit aan het licht was gekomen.
Waarom had Hendrik werkelijk met Marianne getrouwd?






