DE MAN DIE MIJN DOCHTER LEVEND WILDE LATEN VERDWIJNEN — DEEL 4
“Ik heb nooit verteld dat ik een tweelingzus had.”
De woorden van Rachel bleven in de lucht hangen.
Ik keek haar aan alsof ik haar voor het eerst zag.
“Een tweelingzus?”
Rachel knikte langzaam.
“Ze heet Rebecca.”
Van der Meer keek onmiddellijk op.
“Waar is ze?”
Rachel sloot haar ogen.
“Ik weet het niet.”
“Hoe bedoel je, je weet het niet?”
“Ze verdween toen we achttien waren.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Waarom heb je me dit nooit verteld?”
Rachel begon te huilen.
“Omdat papa zei dat we haar naam nooit meer mochten noemen.”
Mijn adem stokte.
“Je vader?”
“Ja.”
“Waarom?”
Rachel keek naar de foto van mijn overleden man.
“Omdat Rebecca iets had gezien wat ze nooit had mogen zien.”
Ik keek naar Van der Meer.
“Wat?”
Rachel slikte.
“Ze zag papa ruzie maken met Victor De Graaf.”
De naam liet de kamer opnieuw verstillen.
“Wanneer?”
“De avond voordat Rebecca verdween.”
Van der Meer pakte zijn notitieboek.
“Waar?”
“In het oude kantoor.”
Ik dacht aan de verborgen camera.
Aan het schilderij.
Aan het dossier.
Alles begon zich als een donkere cirkel om ons heen te sluiten.
“Wat gebeurde er daarna?” vroeg ik.
Rachel keek naar haar handen.
“Rebecca kwam midden in de nacht naar mijn kamer.”
“Wat zei ze?”
“Ze zei dat papa bang was.”
“Waarvoor?”
“Voor mensen die hem al jaren volgden.”
“En toen?”
“Ze gaf me een klein metalen doosje.”
Ik hield mijn adem in.
“Welk doosje?”
Rachel keek me recht aan.
“Hetzelfde doosje dat jij vroeger in papa's kantoor had.”
Ik verstijfde.
Ik herinnerde me het.
Een klein zwart metalen doosje.
Mijn man had het altijd bij zich gehouden.
Na zijn dood had ik het gezocht.
Maar het was verdwenen.
“Wat zat erin?”
“Een sleutel.”
“Waarvan?”
Rachel schudde haar hoofd.
“Ik weet het niet.”
“Waar is het doosje nu?”
Rachel keek naar de deur.
“Bij Rebecca.”
Ik voelde een koude rilling.
“Maar je zei dat ze verdwenen was.”
“Dat was wat iedereen dacht.”
Van der Meer kwam dichterbij.
“Denk je dat ze nog leeft?”
Rachel keek hem aan.
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat ze me drie weken geleden heeft gebeld.”
Ik voelde mijn hart in mijn keel.
“Drie weken geleden?”
“De dag voordat Lily werd geboren.”
“Wat zei ze?”
Rachel begon te huilen.
“Ze zei dat ze wist wie mijn vader had vermoord.”
Ik stond op.
“Wie?”
Rachel keek me aan.
“Ze zei dat ze niet mijn vader hadden vermoord.”
“Wat?”
“Ze hadden jouw man vermoord.”
Ik voelde mijn wereld instorten.
Mijn man.
Mijn lieve man.
Acht jaar geleden had de politie gezegd dat hij met zijn auto van de weg was geraakt.
Regen.
Glad wegdek.
Een tragisch ongeluk.
Ik had zijn begrafenis georganiseerd.
Ik had zijn kleren weggegooid.
Ik had jarenlang gerouwd.
En nu vertelde mijn dochter me dat het geen ongeluk was.
“Waarom zou Rebecca dat weten?”
“Omdat ze erbij was.”
“Waarbij?”
Rachel fluisterde:
“Bij zijn dood.”
Van der Meer keek haar scherp aan.
“Dat moet ze ons vertellen.”
“Ze zei dat ze alleen terug zou komen als Lily werd bedreigd.”
Ik keek naar de lege plek waar Lily had gelegen.
“Dus ze heeft haar meegenomen?”
Rachel knikte.
“Waarschijnlijk.”
“Waarom?”
“Omdat ze haar probeert te beschermen.”
Van der Meer keek naar de verpleegkundige.
“Sluit alle uitgangen.”
Maar voordat iemand kon bewegen, ging mijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Ik nam op.
“Diane?”
Ik herkende de stem niet.
“Wie ben je?”
Een vrouw antwoordde.
“Je dochter heeft je nooit de hele waarheid verteld.”
Mijn hart sloeg over.
“Rebecca?”
Een korte stilte.
“Eindelijk.”
Ik kneep mijn telefoon stevig vast.
“Waar is Lily?”
“Veilig.”
“Laat me haar horen.”
“Dat kan niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat iemand naar jullie luistert.”
Ik keek automatisch naar Van der Meer.
Hij begreep het meteen.
Hij wees naar mijn telefoon.
Zet hem op luidspreker.
Ik deed het.
Rebecca sprak verder.
“Diane, luister goed. Tyler is slechts een pion.”
“Dat weet ik.”
“Vanessa ook.”
“Wie stuurt hen?”
“Dat is het probleem.”
“Wat bedoel je?”
“De man achter dit alles is iemand die jij vertrouwt.”
Mijn hart begon sneller te kloppen.
“Wie?”
“Dat kan ik niet zeggen via de telefoon.”
“Dan waar?”
“Het oude treinstation.”
“Welk station?”
“Amsterdam Muiderpoort.”
Van der Meer schreef de naam op.
“Kom alleen.”
Ik schudde onmiddellijk mijn hoofd.
“Ik kom niet alleen.”
“Als je iemand meeneemt, sterft Lily.”
De verbinding werd verbroken.
Ik keek naar Van der Meer.
“Ze zei dat ze Lily heeft.”
Hij knikte.
“Het kan een val zijn.”
“Maar als het geen val is?”
Hij zweeg.
Ik wist wat hij dacht.
We hadden geen keuze.
* * *
Een uur later stond ik buiten het oude station.
De regen sloeg tegen mijn jas.
Ik keek om me heen.
Geen Rebecca.
Geen Lily.
Alleen verlaten perrons en het geluid van een trein in de verte.
Toen hoorde ik voetstappen.
Ik draaide me om.
Een vrouw kwam uit de schaduw.
Ze had donker haar.
Een lange jas.
En een gezicht dat bijna identiek was aan dat van Rachel.
Mijn adem stokte.
“Rebecca…”
Ze knikte.
“Je lijkt precies op mama.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
“Waar is mijn kleindochter?”
Rebecca keek achter zich.
“Ze is hier niet.”
“Wat?”
“Diane, ik moest je hierheen lokken.”
Mijn bloed werd koud.
“Waarom?”
Ze keek me aan met tranen in haar ogen.
“Omdat ik wist dat hij je zou volgen.”
“Wie?”
Rebecca keek naar de ingang van het station.
Een zwarte auto stopte.
De deur ging open.
Tyler stapte uit.
Maar hij was niet alleen.
Naast hem stond Vanessa.
En achter hen verscheen een derde man.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Mijn hart stopte bijna.
Het was de man die ik acht jaar geleden op de begrafenis van mijn man had zien huilen.
De man die me had geholpen zijn zaken af te handelen.
De man die ik jarenlang als een vriend van onze familie had beschouwd.
Victor De Graaf.
Rebecca fluisterde:
“Daar is hij.”
Victor keek recht naar mij.
Toen glimlachte hij.
“Diane.”
Ik voelde mijn handen trillen.
“Waar is Lily?”
Victor stak langzaam zijn hand in zijn jas.
“Je wilt echt weten waar je kleindochter is?”
Hij haalde een kleine sleutel tevoorschijn.
Hetzelfde zwarte metalen sleuteltje dat Rebecca ooit aan Rachel had gegeven.
“Dan moet je eerst weten wat jouw man acht jaar geleden voor mij heeft gestolen.”
Ik keek naar Rebecca.
Zij schudde haar hoofd.
“Niet reageren.”
Maar Victor glimlachte.
“Te laat.”
Achter ons klonk plotseling het geluid van meerdere auto's.
Van der Meer kwam het station binnen met gewapende agenten.
Victor keek naar hen.
Daarna naar mij.
En voor het eerst verdween zijn glimlach.
“Je hebt politie meegenomen.”
Ik antwoordde:
“Je hebt mijn dochter en kleindochter bedreigd.”
Victor keek naar Rebecca.
“En jij hebt eindelijk besloten je familie te verraden.”
Rebecca zette een stap achteruit.
Toen zei Victor iets waardoor zelfs Van der Meer verstijfde.
“Diane, vraag haar maar waar ze Lily werkelijk vandaan heeft.”
Ik keek naar Rebecca.
“Wat bedoelt hij?”
Rebecca begon te huilen.
“Ik wilde je beschermen.”
“Waar is Lily?”
Ze fluisterde:
“Bij iemand die jij al die jaren dood hebt gewaand.”
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Wie?”
Rebecca keek naar mij.
“Je man.”






