PART 3 — DE VROUW DIE NOOIT DOOD WAS
“Niet bewegen.”
Eleanor drukte haar hand stevig over mijn mond.
Ik durfde nauwelijks adem te halen.
Voor ons stond de deur van de studeerkamer halfopen.
Thomas en de onbekende man waren nog steeds in de gang.
“Ze moet hier ergens zijn,” zei de man.
“Ze kan niet zomaar verdwenen zijn,” antwoordde Thomas.
Ik keek naar Eleanor.
Ze zag er uitgeput uit, maar haar ogen waren helder.
“Hoe ben je hier gekomen?” fluisterde ik.
“Via de oude doorgang.”
“Welke doorgang?”
Ze wees naar de boekenkast.
Ik keek verbaasd.
“Die bestaat al sinds voordat Thomas hier woonde.”
Buiten klonk een voetstap.
Eleanor trok me verder naar achteren.
“Later.”
We bleven doodstil.
Toen hoorden we Thomas zeggen:
“Zoek beneden.”
De onbekende man liep weg.
Thomas bleef nog enkele seconden staan.
Daarna sloot hij de deur.
Eleanor wachtte.
Een minuut.
Twee minuten.
Toen fluisterde ze:
“Nu.”
Ze duwde tegen een paneel achter de boekenkast.
Een smalle opening verscheen.
Achter de muur zat een donkere gang.
Ik staarde ernaar.
“Waar leidt dit naartoe?”
“Naar de garage.”
“Waarom bestaat dit?”
“Omdat je vader hem heeft laten bouwen.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Mijn vader?”
Eleanor knikte.
“Je vader wist dat hij ooit zou moeten vluchten.”
We liepen door de nauwe gang.
Na ongeveer twintig meter kwamen we uit achter een oude kast in de garage.
Eleanor schoof hem opzij.
“Blijf hier.”
Ik keek haar aan.
“Waar gaan we heen?”
“Naar een plek waar Thomas ons niet meteen zal zoeken.”
We verlieten het huis via de achterzijde.
Pas toen we in een donkere straat stonden, durfde ik mijn telefoon te pakken.
Ik had elf gemiste oproepen.
Allemaal van Thomas.
Toen kwam er een bericht.
“Waar ben je?”
Daarna:
“Isabel, ik wil alleen maar praten.”
En nog één:
“Je maakt een grote fout.”
Eleanor keek naar het scherm.
“Niet antwoorden.”
“Waarom?”
“Omdat hij wil weten of je alleen bent.”
We stapten in een oude auto die achter een verlaten loods stond.
“Van wie is deze?”
“Van je vader.”
Ik keek haar aan.
“Dus hij heeft dit allemaal voorbereid?”
“Niet alleen hij.”
Eleanor startte de motor.
“Je vader en ik hebben jarenlang geprobeerd je te beschermen.”
“Waartegen?”
Ze keek me aan.
“Tegen de familie Vermeer.”
“Thomas?”
“Niet alleen Thomas.”
Ik voelde een knoop in mijn maag.
“Wat heeft mijn moeder hiermee te maken?”
Eleanor zweeg.
“Eleanor.”
Ze zuchtte.
“Je moeder heette helemaal niet zoals jij dacht.”
“Wat?”
“Ze werd geboren als Anna Meijer.”
Mijn adem stokte.
“Meijer?”
“Ja.”
“Dr. Victor Meijer?”
Eleanor keek me aan.
“Hij is haar broer.”
Ik voelde mijn hart zakken.
De arts die door Thomas was omgekocht…
was de broer van mijn moeder.
“Maar waarom zou hij tegen mij werken?”
“Omdat hij denkt dat jij verantwoordelijk bent voor haar dood.”
Ik draaide me naar haar toe.
“Wat?”
“Dat is wat Thomas hem heeft verteld.”
Ik kon nauwelijks spreken.
“Mijn moeder is toch overleden aan een hartaanval?”
Eleanor keek naar de weg.
“Dat is het verhaal dat jij hebt gehoord.”
“En de waarheid?”
“Je moeder werd niet ziek.”
Ze pauzeerde.
“Ze werd bedreigd.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
“Door wie?”
“Door de vader van Thomas.”
Ik keek haar geschokt aan.
“Waarom?”
“Omdat je moeder iets had ontdekt.”
“Wat?”
Eleanor zei niets.
“Wat had ze ontdekt?”
“Een netwerk.”
“Welk netwerk?”
“Geld. Fraude. Valse identiteiten. Mensen die verdwenen zodra ze te veel wisten.”
Ik keek uit het raam.
“En mijn vader?”
“Hij probeerde het openbaar te maken.”
“Maar hij heeft dat nooit gedaan.”
“Hij kon niet.”
“Waarom niet?”
Eleanor keek me recht aan.
“Omdat ze jou hadden.”
Ik verstijfde.
“Wat bedoel je?”
“Toen jij zes was, werd je moeder vermoord.”
“En daarna?”
“Je vader kreeg een keuze.”
“Welke keuze?”
“Of hij zou zwijgen…”
Ze slikte.
“…of jij zou verdwijnen.”
Mijn handen begonnen te trillen.
“Dus hij deed alsof hij dood was?”
“Hij verdween om jou te beschermen.”
“Maar waarom kwam hij nooit terug?”
“Omdat Thomas hem bleef zoeken.”
“Thomas wist toen al wie ik was?”
“Ja.”
Ik dacht aan de foto.
Mijn vader.
Mijn moeder.
Eleanor.
En een jonge Thomas op de achtergrond.
Ik haalde de foto tevoorschijn.
“Waarom staat Thomas hierop?”
Eleanor keek ernaar.
Haar gezicht werd bleek.
“Die foto had je niet mogen vinden.”
“Waarom?”
“Omdat deze foto bewijst dat Thomas al vanaf het begin betrokken was.”
Ik keek naar de jonge Thomas.
Hij was misschien twintig.
Maar hij stond naast mijn moeder alsof hij haar kende.
“Hij was nog maar een jongen.”
“Een jongen die al voor zijn vader werkte.”
“Waarvoor?”
Eleanor antwoordde:
“Om jou in de gaten te houden.”
Ik voelde een rilling over mijn rug.
“Dus mijn huwelijk…”
“Was geen toeval.”
Mijn ogen vulden zich met tranen.
“Hij heeft me bewust uitgekozen.”
“Ja.”
“Mijn hele huwelijk?”
“Ja.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Maar hij hield van me.”
Eleanor keek me verdrietig aan.
“Dat dacht ik vroeger ook.”
Op dat moment trilde mijn telefoon.
Een nieuw bericht.
Van een onbekend nummer.
“Eleanor vertelt je niet alles.”
Daaronder verscheen een foto.
Ik opende hem.
Het was een recente foto.
Van Eleanor.
Maar ze zat niet naast mij.
Ze zat in een kamer.
Aan een tafel.
Tegenover een man.
Mijn vader.
Ik keek naar Eleanor.
“Wanneer is deze foto genomen?”
Ze antwoordde niet.
“Eleanor…”
Ze keek naar mij.
En voor het eerst zag ik angst in haar ogen.
“Vanmorgen.”
“Maar…”
Mijn stem brak.
“Mijn vader is hier?”
Ze knikte langzaam.
“Ja.”
“Waar?”
“Onderweg naar ons.”
Ik wilde opgelucht ademhalen.
Toen verscheen er een tweede bericht.
“Vraag Eleanor waarom zij vijf jaar geleden de dood van je moeder heeft bevestigd.”
Ik keek haar aan.
Mijn mond viel open.
“Eleanor…”
Ze sloot haar ogen.
“Je moet me laten uitleggen.”
“Heb jij tegen mij gelogen?”
“Ja.”
“Waarom?”
Ze keek me aan.
“Omdat je moeder me dat zelf heeft gevraagd.”
Ik verstijfde.
“Mijn moeder?”
“Ze was niet dood toen ik dat vertelde.”
De auto werd plotseling stil.
Ik hoorde alleen mijn eigen ademhaling.
“Wat zeg je?”
Eleanor keek recht vooruit.
“Je moeder leefde nog.”
Mijn hart stopte bijna.
“Waar is ze nu?”
Eleanor fluisterde:
“Dat is precies wat Thomas al die jaren probeert te ontdekken.”
Toen klonk er achter ons een harde klap.
Een auto ramde onze bumper.
Eleanor verloor de controle over het stuur.
De auto begon te slingeren.
Ik greep het dashboard vast.
Een tweede botsing.
Glas versplinterde.
En voordat ik kon reageren, draaide onze auto van de weg.
In de verte zag ik een zwarte auto stoppen.
Een man stapte uit.
Thomas.
Hij liep langzaam naar ons toe.
Eleanor keek naar mij.
“Verberg de foto.”
“Waarom?”
“Omdat Thomas niet mag weten dat je moeder nog leeft.”
Mijn adem stokte.
Want Thomas stond al naast onze auto.
Hij boog zich naar het gebroken raam.
En glimlachte.
“Isabel…”
Zijn stem was kalm.
“Je had nooit naar je schoonmoeder moeten luisteren.”
Hij keek naar Eleanor.
Toen zei hij zacht:
“Want nu weet je eindelijk dat je moeder nog leeft.”
En achter Thomas stapte een tweede persoon uit de zwarte auto.
Een vrouw.
Een vrouw die ik herkende van de foto.
Mijn moeder.






