HET GEHEIM ONDER HET OUDE HOUT
News Story

HET GEHEIM ONDER HET OUDE HOUT

260 weergaven

De zware kelderdeur werd met een luide smak opengeworpen. Boven aan de steile stenen trap verscheen het donkere silhouet van een brede man. Het licht van de gang scheen fel achter hem, waardoor zijn gezicht een gitzwarte omtrek bleef. In zijn hand hield hij een zwaar pistool vast.

'Achterin! Ze zitten in de kelder!' schreeuwde de man naar iemand achter hem.

'Snel, mam! Nu!' gilde Femke.

Ze duwde me met verrassende kracht richting het verroeste metalen kolenluik dat schuin in de achtermuur van de kelder gemonteerd zat. Het luik werd vroeger gebruikt om steenkool van de buitenkant rechtstreeks in de kelder te storten. De houten grendel was vermolmd, maar Femke sloeg er met een losse keldermetalen staaf met volle kracht tegenaan.

Met een krakend geluid vloog het kleine luik open. De ijskoude buitenlucht en de geur van natte aarde waaiden onmiddellijk de muffe kelder binnen.

'Jij eerst!' riep ik, terwijl ik het geluid van zware laarzen hoorde dat de stenen keldertrap af stormde.

'Nee, jij, mam! Ik ben sneller!'

Ik aarzelde niet meer. Mijn zevenenzestigjarige lichaam protesteerde bij elke beweging, maar de adrenaline stroomde als vloeibaar vuur door mijn aderen. Ik wurmde mezelf door de smalle opening. De scherpe randen van het ijzeren frame sneden door mijn dikke jas, en de koude regen sloeg meteen in mijn gezicht toen ik op de kletsnatte grasmat van de achtertuin rolde.

Seconden later kwam Femke achter me aan door de opening gekropen. Precies op het moment dat haar voeten buiten waren, klonk er beneden in de kelder een luid schot, gevolgd door het kletteren van kogels tegen de stenen muur.

'Rennen!' schreeuwde Femke.

We sprintten door de donkere, kletsnatte achtertuin. De regen kwam nu in dikke gordijnen naar beneden, en de wind huilde door de hoge bomen die het perceel omringden. Mijn longen brandden van de inspanning en mijn schoenen weggleed op de zompige kleigrond, maar de angst gaf me kracht die ik niet wist dat ik nog bezat.

We klommen over het lage houten hek aan de achterzijde van de tuin en kwamen terecht in een smalle, onverlichte brandgang die tussen de huizenblokken door liep.

'Mijn auto staat aan de voorkant, maar daar kunnen we niet heen,' pufte ik, terwijl we door de diepe modderplas in de brandgang rennen. 'Ze wachten op ons bij de straat.'

'Nee, we moeten naar de stadsgracht,' zei Femke gejaagd. Ze keek angstig om haar schouder. 'Aan het einde van deze steeg is een voetgangersbruggetje. Als we daar oversteken, kunnen we het park in vluchten. Ze kennen de buurt minder goed dan ik.'

Achter ons hoorden we het geluid van een houten hek dat met geweld uit elkaar werd getrapt, gevolgd door gevloek en het schijnen van krachtige zaklampen door de donkere steeg. De lichtbundels sneden als witte zwaarden door de regen.

'Daar zijn ze! Pak ze!' klonk de rauwe stem van Sanders.

We rennen voor ons leven. Mijn hart sloeg een krankzinnig ritme tegen mijn ribben. Elke stap voelde zwaar, mijn doorweekte jas wog een ton, maar de gedachte dat deze mannen Femke iets aan zouden doen, hield me overeind.

We bereikten het smalle ijzeren voetgangersbruggetje over de Zwolse stadsgracht. Het natte metaal van de brug was spiegelglad. Femke glipte weg, maar ik greep haar arm net op tijd vast voordat ze tegen de reling smakten. Aan de overkant duikten we meteen het donkere stadspark in, waar dichte struiken en oude eikenbomen ons beschutting boden tegen de zoeklichten.

We doken neer achter een dikke rhododendronstruik. Onze ademhaling klonk als het hijsen van een blaasbalg in de stilte van het park. Buiten op de straat hoorden we de gierende banden van een auto die met hoge snelheid wegreed, waarschijnlijk om ons aan de andere kant van het park op te wachten.

'We zijn ze kwijt... voor even,' fluisterde Femke, terwijl ze haar handen tegen haar borst drukte om haar ademhaling onder controle te krijgen.

Ik pakte haar schouders vast en dwong haar om me aan te kijken. In het flauwe schijnsel van een verre straatlantaarn zag ik de schrammen op haar gezicht en de donkere kringen onder haar ogen.

'Nu vertel je me alles, Femke,' zei ik strijdvaardig. 'Geen geheimen meer. Wat staat er in dat notitieboekje van je vader? En waarom zocht hij na al die jaren contact met dat klooster?'

Femke veegde de natte haren uit haar gezicht. 'Drie weken geleden vond ik een geheim vak achter de houten lambrisering op de zolder van je huis in Deventer, mam. Papa had daar een doosje verstopt met brieven, rekeningen van de maatschap uit 1986, en zijn persoonlijke dagboek.'

ze haalde diep adem. 'In het dagboek schreef hij dat hij erachter was gekomen dat Barend van der Meer en zijn partner Sanders geld witwasten via de bouw van onze boerderij. Maar het was erger: ze gebruikten de transporten van antieke meubels—waaronder die grote eikenhouten tafel—om illegale goederen het land in te smokkelen. Toen papa dreigde naar de politie te stappen, hebben ze hem gechanteerd. Ze zeiden dat ze jou en mij zouden vermoorden als hij niet zweeg.'

Mijn handen begonnen opnieuw te trillen, maar dit keer niet van de kou. Het was van woede. Mijn hele leven dacht ik dat Hendrik een rustige, ietwat gesloten man was die simpelweg van zijn land hield. Maar al die jaren droeg hij een loodzware last op zijn schouders om mij te beschermen.

'En dat klooster?' vroeg ik. 'Het Dominicanenklooster?'

'Papa heeft het geld dat hij uit hun kluis heeft weggenomen—meer dan een half miljoen gulden aan contanten en documenten die hun hele organisatie kunnen ontmantelen—niet uitgegeven,' zei Femke zacht. 'Hij heeft het in 1986 verborgen in de crypte onder het Dominicanenklooster, vlak voordat hij de boerderij verkocht. Hij schreef dat het enige wat de schuilplaats kan openen, de sleutel is die in de bodem van de eikenhouten tafel zat ingebouwd.'

'Maar die kist onder de tafel was leeg!' riep ik uit.

Femke keek me aan met een vreemde uitdrukking in haar ogen. Ze reikte langzaam naar de binnenzak van haar kletsnatte jas en trok er een klein, zwaar voorwerp uit. Het was een oude, koperen sleutel met een ingewikkeld patroon van groeven en een V-vormige inscriptie op de baard.

'De kist onder de tafel was leeg omdat ik hem vanmorgen vroeg al leeggemaakt heb, mam,' fluisterde ze. 'Voordat Barend arriveerde. Ik heb de sleutel.'

Voordat ik kon antwoorden, klonk er vlak achter ons in het park het geritsel van droge bladeren. Een tak brak dof door.

Ik keek om en zag twee donkere gestalten die langzaam uit de schaduwen van de bomen tevoorschijn kwamen. Eén van hen hield een telefoon aan zijn oor en zei met een ijzige stem:

'We hebben ze. Ze zitten bij de vijver.'