De Overname in Modena en de Erfenis van het Vertrouwen
News Story

De Overname in Modena en de Erfenis van het Vertrouwen

15 weergaven

De koplampen van mijn auto verlichtten de donkere gevel van het kantoorgebouw. Naast de ingang stond de zwarte sedan van de advocaat van de investeerders, Van de Berg. Ze waren ons al voor. ‘Verdomd,’ fluisterde Dennis, terwijl hij de motor uitschakelde. ‘Als ze Marks kluis openbreken voordat wij binnen zijn, zijn we al onze bewijzen kwijt.’ Ik keek naar Carol op de achterbank. Haar ogen schitterden in het donker. ‘Ik ga mee,’ zei ze vastberaden, terwijl ze haar wandelstok pakte. ‘Het is mijn geld dat daar op het spel staat. Ze krijgen mij niet zomaar klein.’ We stapten uit en liepen in de frisse avondlucht naar de glazen schuifdeuren van het kantoor. Tot onze verbazing stond de deur op een kier. Een van de ruiten was ingetikt. Er was al ingebroken – of iemand had in grote haast de boel geforceerd. ‘Blijf hier,’ fluisterde Dennis, terwijl hij voorzichtig de deur opduwde en naar binnen gluurde. De gang was pikkedonker, op het flakkerende licht van een zaklamp na dat uit Marks kantoor aan het einde van de gang scheen. We slopen op onze t ഈzen naar binnen. De geur van oude koffie en papier hing in de lucht. Toen we bij de deur van Marks kantoor kwamen, zagen we twee mannen in dure pakken druk bezig met een draagbare slijptol om de kleine kluis in de muur open te breken. Vonken vlogen door de kamer. ‘Hé! Wat doen jullie daar?’ riep Dennis luid, terwijl hij de deur opwijd duwde. De twee mannen schrikten zich rot. De slijptol viel kletterend op de vloer. Een van hen, een brede man met een litteken op zijn wang, draaide zich om en trok een dreigend gezicht. ‘Maak dat jullie wegkomen, dit is privéterrein!’ ‘Privéterrein van een failliet bedrijf waar jullie geen enkele juridische bevoegdheid hebben om zonder curator bewijsmateriaal te vernietigen!’ schreeuwde Dennis, die zijn professionele kalmte volledig verloor en met zijn aktetas zwaaide alsof het een honkbalknuppel was. Carol liep resoluut naar voren, haar wandelstok stevig voor zich uit houdend. ‘Schandelijk! Jullie roven mijn zoon leeg voordat de rechter zelfs maar gesproken heeft!’ De brede man wilde net iets zeggen toen ik naar de opengebroken kluis keek. Daar lag een bruine enveloppe met een rood zegel erop. Ik greep bliksemsnel naar de envelop, trok hem uit het halfopen vak en stopte hem in mijn handtas. ‘Hé, geef dat hier!’ riep de man en deed een stap naar voren. Maar Dennis aarzelde geen moment. Hij pakte een zware ordner van Marks bureau en gooide die recht in de richting van de man, die daardoor uit balans raakte en over de slijptol struikelde. ‘Rennen!’ schreeuwde Dennis tegen ons. We renden de gang door, de glazen pui door, de nacht in, en sprongen met z’n drieën in mijn auto. Ik startte de motor, trapte het gas in en smeet de auto in zijn achteruit voordat de mannen goed en wel op de oprit stonden. Met gierende banden schoten we de straat op en verdwenen in de nacht. Pas toen we drie straten verderop onder een lantaarnpaal stonden, durfden we weer normaal adem te halen. Ik greep in mijn handtas, haalde de bruine envelop tevoorschijn en legde hem op het dashboard. Het verlossende bewijs was binnen. Maar wat we in die envelop aantroffen, overtrof onze stoutste verwachtingen... [Wordt vervolgd in Deel 9]