De envelop voelde zwaar aan, dik en vol met wat leek op handgeschreven velletjes papier. Ik liep terug naar de woonkamer, waar Dennis en Carol me gespannen aankeken. ‘Wat is dat?’ vroeg Dennis, terwijl hij zijn aktetas sloot. ‘Van Mark,’ antwoordde ik kort, en ik scheurde de bovenkant van de envelop open. Ik haalde een stapel gevouwen A4-tjes tevoorschijn. De inkt was op sommige plekken uitgelopen, alsof het in haast en onder grote emotie was geschreven. Ik begon te lezen, hardop, zodat Dennis en Carol konden meeluisteren. “Linda, als je dit leest, ben ik waarschijnlijk al verhoord door de recherche. Ik weet dat je me nooit meer wilt zien, en ik geef je groot gelijk. Alles wat ik heb gedaan, deed ik uit wanhoop omdat ik dacht dat ik het tij kon keren. Maar ik heb nog één ding dat ik je moet vertellen, iets wat ik nooit durfde te bekennen…” Ik stopte even met lezen. Mijn adem haperde. Carol leunde naar voren. ‘Wat staat er nog meer?’ “…het project in Utrecht was geen gewone bouwfout. De investeerders wisten vanaf het begin dat de grond vervuild was. Ze wilden mij gebruiken als zondebok om de verzekeringsgelden op te strijken. De vijfenzeventigduizend euro van mam, en het geld dat ik van de zakelijke rekening heb gehaald… ik heb het niet uitgegeven aan gokken of luxe, zoals iedereen denkt. Ik heb het op een beveiligde rekening gestald bij de Zwitserse bank om bewijsmateriaal te verzamelen tegen hen.” Dennis fronste zijn wenkbrauwen en pakte de brief uit mijn hand om de handtekening te controleren. ‘Dit is typisch Mark,’ zei Dennis schamperend. ‘Altijd de schuld afschuiven op anderen en zichzelf voordoen als de held in een groter complot.’ ‘Geloof je er niets van?’ vroeg ik. ‘Het klinkt als een wanhopige poging om zijn straf te ontlopen.’ ‘Misschien,’ zei Dennis, terwijl hij de brief nauwkeurig bestudeerde. ‘Maar als er ook maar een kern van waarheid in zit en die rekening bestaat echt, dan hebben we niet te maken met een simpel faillissement, maar met een grootschalige fraudezaak waarin Mark misschien wel net zo hard is genaaid als wij.’ Carol staarde naar de grond. ‘Mijn zoon is geen crimineel uit snode plannen, Linda… hij is gewoon te zwak geweest om ‘nee’ te zeggen tegen de verkeerde mensen.’ Ik voelde een mengeling van medelijden en pure frustratie. Achttien jaar lang had ik naast een man geleefd die ik blijkbaar helemaal niet kende. Een man die dacht dat hij de wereld kon redden door te liegen tegen iedereen van wie hij hield. ‘Dus wat nu, Dennis?’ vroeg ik vastberaden. ‘Gaan we achter die Zwitserse rekening aan?’ Dennis keek me aan met een blik van professionele vastberadenheid. ‘Als die rekening bestaat, hebben we de bankgegevens nodig die Mark kennelijk in zijn kluis op kantoor heeft liggen. En laat dat nu net het kantoor zijn waar de curator morgen om acht uur de sloten van vervangt.’ Ik keek naar de klok aan de muur. Het was inmiddels zeven uur ’s avonds. De zon zakte langzaam weg achter de daken van onze rustige straat. ‘Dan gaan we nu naar zijn kantoor,’ zei ik resoluut. Carol keek me met grote ogen aan. ‘Naar zijn kantoor? Om deze tijd? Dat is illegaal!’ ‘Het is niet illegaal om je eigen eigendommen op te halen voordat de curator alles verzegelt,’ antwoordde Dennis met een flauwe glimlach. ‘En ik heb als accountant nog legitieme toegang tot de administratie.’ Nog geen twintig minuten later zaten we met z’n drieën in mijn auto, op weg naar het industrieterrein aan de rand van de stad. De lichten van het kantoorgebouw van Marks bouwbedrijf brandden zwak in het donker. Maar toen we de oprit opreden, zagen we tot onze schrik dat er al een andere auto geparkeerd stond. Een auto met de bedrijfslogo’s van het incassobureau van de investeerders... [Wort vervolgd in Deel 8]

News Story





