DEEL 3 — DE BRIEF VAN MIJN BIOLOGISCHE VADER
Mijn vingers trilden terwijl ik de verzegelde envelop opende.
De kamer was doodstil.
Zelfs Thomas en mijn moeder durfden niets te zeggen.
Bovenaan de brief stond:
"Lieve Julia,
Als je deze brief leest, betekent dat dat de waarheid eindelijk aan het licht is gekomen. Ik heb hier twintig jaar op gewacht."
Mijn adem stokte.
"Mijn naam is Willem Vermeer. Ik ben je biologische vader."
Ik keek onmiddellijk naar mijn moeder.
Ze knikte zwijgend.
De brief ging verder.
"Ik heb je moeder nooit verlaten omdat ik dat wilde. Kort nadat zij mij vertelde dat ze zwanger was, werd ik beschuldigd van financiële fraude binnen het familiebedrijf. Mijn eigen broer vervalste documenten en zorgde ervoor dat ik alles verloor. Toen ik eindelijk mijn naam had gezuiverd, waren jij en je moeder verdwenen."
Er viel een traan op het papier.
"Jarenlang heb ik naar jullie gezocht. Toen ik ontdekte dat jij gelukkig was opgegroeid bij Pieter van Dijk, besloot ik afstand te houden. Hij was de vader die jij verdiende."
Mijn keel kneep dicht.
Mijn vader...
De man die mij had grootgebracht, had dit al die tijd geweten.
Onderaan de eerste pagina zat een tweede document vast.
Een notariële akte.
Ik gaf die aan de oudere man.
Hij knikte.
"Uw biologische vader heeft mij opdracht gegeven deze akte vandaag te overhandigen."
Hij keek Thomas strak aan.
"En ervoor te zorgen dat niemand u nog onder druk kan zetten."
Thomas werd zichtbaar nerveus.
De notaris vervolgde:
"Het huis waarin u nu staat is sinds vorig jaar ondergebracht in een onafhankelijke familietrust. Zonder uw schriftelijke toestemming kan niemand het verkopen, belasten of erven."
Ik zag hoe het gezicht van Thomas vertrok.
Ook mijn moeder werd lijkbleek.
Dus daarom...
Hun plan was al mislukt voordat het was begonnen.
Thomas balde zijn vuisten.
"Dat kan niet waar zijn."
De notaris haalde rustig nog een map uit zijn tas.
"Alles is rechtsgeldig."
Toen keek hij mij ernstig aan.
"Er is echter nog iets dat u moet weten."
Hij legde een oude foto op tafel.
Op de foto stond mijn moeder.
Naast haar stonden twee jonge mannen.
Eén van hen was Willem Vermeer.
De ander...
Liet mijn hart stilstaan.
Hij leek sprekend op Thomas.
Ik keek hem verbijsterd aan.
"Wie... is die man?"
De notaris antwoordde zonder aarzelen.
"Dat is Hendrik Vermeer."
Hij zweeg even.
"De vader van Thomas."
Ik voelde de grond onder mijn voeten verdwijnen.
Thomas keek geschrokken naar de foto.
"Nee... dat is onmogelijk."
Maar de notaris schudde langzaam zijn hoofd.
"Jullie ontmoeting was geen toeval."
"Jullie families waren al tientallen jaren met elkaar verbonden."
Wordt vervolgd…






