DEEL 14 — De man die ik niet meer kon vertrouwen
Ik las Daniels bericht opnieuw.
Eli, vertrouw Victor niet. Hij heeft tegen je gelogen.
Mijn vingers waren koud.
Ik keek naar Victor.
Hij stond vlak naast mijn moeder, die nog steeds bewusteloos op de vloer lag.
“Wat heeft Daniel je precies verteld?” vroeg Victor.
Ik hield mijn telefoon omhoog.
“Dat jij tegen me hebt gelogen.”
Zijn gezicht veranderde nauwelijks.
Maar ik zag iets in zijn ogen.
Angst.
“Over wat?”
“Dat is wat ik jou vraag.”
Victor keek naar mijn vader.
Thomas zei niets.
Mijn grootvader daarentegen begon langzaam te lachen.
“Eindelijk.”
Ik keek naar hem.
“Wat is er?”
“Je begint het te begrijpen.”
“Wat?”
“Dat niemand in deze kamer toevallig hier is.”
Een koude rilling liep over mijn rug.
Buiten klonk opnieuw een geluid.
Een auto.
Daarna nog één.
Mijn vader liep naar het raam en keek voorzichtig door een kier.
“Er zijn er drie.”
“Wie?”
“Geen idee.”
Victor knielde naast mijn moeder.
Hij controleerde haar pols.
“Ze leeft.”
Een zucht van opluchting ontsnapte uit mijn mond.
“Breng haar naar het ziekenhuis.”
Victor keek mij aan.
“Dat kunnen we niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat het ziekenhuis de eerste plaats is waar ze naar haar zullen zoeken.”
Ik dacht aan Lily.
Aan de man met de valse doktersbadge.
Hij had gelijk.
Maar dat betekende niet dat ik hem vertrouwde.
“Wie heeft op haar geschoten?”
Victor antwoordde:
“Dezelfde mensen die achter Lily aan zitten.”
“Wie zijn dat?”
“De mensen die het Voss-vermogen hebben gestolen.”
Mijn grootvader sloeg met zijn wandelstok op de vloer.
“Je weet dat het niet alleen om geld gaat.”
Victor keek hem aan.
“Nee. Het gaat om macht.”
Mijn vader draaide zich om.
“En daarom moet Eli hier weg.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Niet zonder mijn moeder.”
Thomas keek me aan.
“Als je blijft, brengen ze jou én Lily in gevaar.”
Ik voelde tranen opkomen.
“Mijn hele leven hebben jullie me verteld dat ik veilig was.”
Ik keek naar de drie mannen.
“En ondertussen werd ik gevolgd, mijn dochter werd bedreigd en mijn moeder bleek levend te zijn.”
Mijn stem brak.
“Dus nee. Ik ga nergens heen zonder antwoorden.”
Mijn grootvader keek me lang aan.
Toen liep hij naar de oude kast.
Hij haalde een tweede map tevoorschijn.
“Dan krijg je ze.”
Hij legde de map voor mij neer.
Op de voorkant stond:
PROJECT ELISE.
Mijn adem stokte.
“Wat is Elise?”
Mijn vader keek weg.
“Dat was de codenaam van je moeder.”
Ik opende de map.
De eerste pagina bevatte een foto.
Mijn moeder.
Jong.
Zwanger.
Naast haar stond een man die ik niet kende.
Ik draaide de pagina om.
Daar stond een naam.
Daniel Cross.
Mijn hart stopte.
“Daniel?”
Mijn vader knikte langzaam.
“Hij werkte voor de Voss-familie.”
“Wanneer?”
“Dertig jaar geleden.”
Ik bladerde verder.
Foto's.
Documenten.
Bankoverschrijvingen.
En steeds opnieuw dezelfde naam.
Daniel Cross.
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Maar Daniel is mijn man.”
“Dat weten we.”
“Hij heeft hier niets mee te maken.”
Mijn grootvader keek mij aan.
“Dat dacht je moeder ook.”
Ik wilde de map dichtklappen.
“Nee.”
Victor stapte naar voren.
“Eli, luister.”
“Nee!”
Ik schreeuwde het uit.
“Jullie willen dat ik iedereen wantrouw!”
Mijn vader pakte mijn hand.
“Dat is niet wat we willen.”
“Maar dat is precies wat er gebeurt!”
Mijn telefoon ging.
Op het scherm stond:
Daniel.
Ik nam op.
“Waar ben je?”
Zijn stem klonk bezorgd.
“Bij het ziekenhuis.”
“Waarom?”
“Ik hoorde dat er iets met je moeder is gebeurd.”
Ik keek naar Victor.
Hij schudde langzaam zijn hoofd.
“Hoe weet jij dat?”
Een stilte.
Te lang.
“Eli…”
“Hoe weet jij dat?”
Daniel zuchtte.
“Ik heb mensen die voor me werken.”
Mijn hart zonk.
“Wie?”
“Dat kan ik je niet uitleggen.”
“Heb jij die man naar Lily gestuurd?”
“Nee!”
Zijn antwoord kwam onmiddellijk.
“Ik zou Lily nooit iets aandoen.”
“Maar je kent de Voss-familie.”
Opnieuw stilte.
Ik voelde mijn ogen branden.
“Daniel?”
“Ik ken ze.”
“Waarom heb je me dat nooit verteld?”
“Omdat ik wist dat je me niet zou geloven.”
“Je had gelijk.”
Zijn stem werd zachter.
“Eli, luister naar me. Victor is gevaarlijk.”
“Waarom?”
“Omdat hij degene was die jouw moeder dertig jaar geleden verraadde.”
Victor schudde fel zijn hoofd.
“Leugen.”
Daniel ging verder.
“Hij heeft haar locatie aan de Whitmores verkocht.”
Mijn ogen werden groot.
“Wat?”
Victor keek naar mijn moeder.
“Ik heb haar niet verraden.”
“Daniel zegt van wel.”
“Daniel liegt.”
Ik wist niet wie ik moest geloven.
Toen hoorde ik een geluid achter me.
Mijn grootvader stond met een oud dagboek in zijn handen.
“Genoeg.”
Hij gooide het op tafel.
“Er is maar één manier om dit te bewijzen.”
Hij opende een pagina.
Daar stond een handgeschreven notitie.
Ik herkende het handschrift.
Mijn moeders handschrift.
Als Eli dit ooit leest, betekent dat dat ik gefaald heb.
Mijn adem stokte.
Ik las verder.
Vertrouw Thomas.
Mijn ogen schoten naar mijn vader.
Maar daaronder stond nog een zin.
Vertrouw Victor nooit.
Ik keek langzaam naar Victor.
Hij werd bleek.
“Dat is onmogelijk.”
Mijn grootvader draaide de pagina om.
Op de volgende stond een datum.
14 juni 1998.
De dag waarop ik geboren was.
Daaronder stond:
Daniel weet niets van het echte plan.
Ik keek naar mijn telefoon.
Daniel was nog steeds aan de lijn.
“Eli?”
Ik antwoordde niet.
Toen hoorde ik plotseling sirenes buiten.
Mijn vader keek naar het raam.
“De politie.”
Victor stond op.
“Te laat.”
“Wat bedoel je?”
Hij keek naar mijn moeder.
“Dit was geen aanval.”
Ik fronste.
“Wat?”
Hij wees naar het bloed op haar jas.
“Dat is niet haar bloed.”
Mijn hart sloeg over.
“Waar heb je het over?”
Victor keek naar de deur.
“Je moeder is niet neergeschoten.”
Hij pakte voorzichtig haar jas vast en trok hem open.
Daaronder zat een klein apparaatje.
Een zender.
Mijn grootvader fluisterde:
“Ze heeft ons hierheen gelokt.”
Ik keek naar mijn moeder.
Haar ogen gingen langzaam open.
Ze keek rechtstreeks naar mij.
En fluisterde:
“Eli… ren.”
Op hetzelfde moment sprongen alle lichten uit.
De deur werd met geweld ingetrapt.
En in het donker hoorde ik een stem:
“Niemand verlaat de boerderij.”
Ik greep mijn moeders hand.
Maar toen voelde ik iets in haar handpalm.
Een kleine sleutel.
Ze kneep mijn vingers eromheen.
En fluisterde één laatste zin:
“Open de kluis voordat Daniel je vindt.”






