DEEL 12 — DE NAAM DIE IK NOOIT HAD MOGEN HOREN
Elena.
Die naam bleef door mijn hoofd gaan.
Elena.
Niet Sophie.
Niet de vrouw die ik jarenlang dacht te zijn.
Niet de dochter van Harrison.
Niet de erfgenaam van de familie Van Dijk.
Ik keek naar Alexander.
“Je liegt.”
Hij bleef rustig.
“Dat zou ik kunnen doen.”
“Maar?”
“Maar niet over dit.”
Ik keek naar de jonge vrouw naast hem.
Ze keek precies op mij.
Dezelfde ogen.
Dezelfde vorm van haar gezicht.
Maar zij zag eruit alsof ze haar hele leven wist wie ze was.
Ik voelde iets vreemds.
Een herkenning die ik niet kon verklaren.
“Wie ben jij?”
Ze antwoordde:
“Sophie.”
Mijn hart sloeg over.
“Maar dat is mijn naam.”
“Nee.”
Ze kwam dichterbij.
“Dat is de naam die jij kreeg.”
“Waarom?”
“Omdat mijn familie wilde dat jij zou verdwijnen.”
Ik keek naar Alexander.
“Dus ik ben Elena?”
Hij knikte.
“Ja.”
“En zij is Sophie?”
“Ja.”
“Dan zijn wij…”
“Zussen.”
Ik voelde mijn knieën zwak worden.
“Maar waarom heeft niemand mij dit verteld?”
Alexander keek naar Thomas.
“Omdat Thomas opdracht kreeg om je te bewaken.”
Ik draaide me naar Thomas.
“Niet om met me te trouwen.”
Hij keek naar de grond.
“Niet in het begin.”
Mijn stem werd hard.
“Wanneer veranderde dat?”
Hij keek me eindelijk aan.
“Toen ik verliefd op je werd.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
“Wanneer?”
“Het eerste jaar.”
“En toen?”
“Toen kon ik niet meer doen wat Richard wilde.”
“Dus je bleef bij me?”
“Ja.”
“Maar je bleef liegen.”
Hij knikte.
“Ik was bang dat ze je zouden vermoorden.”
* * *
Alexander liep naar de tafel.
Hij pakte het dossier.
“Jullie willen de waarheid?”
Niemand antwoordde.
Hij opende een oud document.
“Twintig jaar geleden werden vier kinderen geboren.”
Hij keek naar mij.
“Maar slechts drie stonden geregistreerd.”
Ik fronste.
“Waarom?”
“Omdat één kind niet mocht bestaan.”
“Dat kind was ik?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Je biologische vader was een vijand van Richard.”
“Wie?”
Alexander zweeg.
Ik voelde mijn hart versnellen.
“Wie is mijn vader?”
Hij keek naar Thomas.
“Vertel het haar.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Ik kan het niet.”
“Waarom?”
“Omdat hij nog leeft.”
Mijn hart sloeg over.
“Wie?”
Thomas keek naar mij.
“De man die al die jaren achter je aan zit.”
Ik begreep het niet.
“Hij zoekt mij?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Om je te beschermen.”
Ik lachte bitter.
“Dan waarom heeft hij me nooit gevonden?”
Thomas antwoordde:
“Omdat Richard hem ervan overtuigde dat jij dood was.”
Ik keek naar Alexander.
“En jij wist dat?”
“Ja.”
“Waarom heb je hem nooit verteld dat ik leef?”
Alexander keek mij aan.
“Omdat ik je nodig had waar je was.”
“Waarvoor?”
“Om het bewijs te bewaren.”
“Welk bewijs?”
Hij wees naar de kluis.
“Jouw DNA.”
* * *
Mijn hoofd tolde.
“Mijn DNA?”
“Jij bent de enige persoon die de illegale overdracht van het Van Dijk-imperium kan bewijzen.”
Ik keek naar hem.
“Hoe?”
“Je bent geboren vóór de overdracht.”
“Dus?”
“Volgens de oorspronkelijke overeenkomst mocht geen enkel eigendom worden overgedragen zolang jij leefde.”
Mijn ogen werden groot.
“Maar ze dachten dat ik dood was.”
“Precies.”
“Dus Richard heeft alles gestolen.”
“Ja.”
“En als ik officieel besta…”
“Dan valt het hele imperium terug naar jou.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Hoeveel?”
Alexander antwoordde:
“Meer dan vierhonderd miljoen euro.”
De kamer werd stil.
Maar het geld interesseerde me nauwelijks.
Ik dacht alleen aan Mila.
Aan wat Thomas had gezegd.
Aan wat mijn familie had gedaan.
Ik keek naar Alexander.
“Waarom heeft Richard Mila nodig?”
Zijn gezicht veranderde.
“Omdat Mila jouw erfgenaam is.”
“Maar ze is mijn dochter.”
“Dat is precies waarom.”
* * *
De deur ging open.
Een agent kwam binnen.
“Mevrouw Van Dijk…”
Hij stopte.
Hij keek naar Alexander.
“U?”
Alexander knikte.
De agent werd bleek.
“Maar…”
Alexander glimlachte.
“De geschiedenis heeft de neiging terug te keren.”
De agent keek naar mij.
“We hebben nieuws.”
“Wat?”
“Richard is ontsnapt.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat?”
“Tijdens het transport.”
“Hoe?”
“Een voertuig blokkeerde de weg.”
Ik keek naar Alexander.
Hij bleef opvallend kalm.
“Waar is hij?”
De agent antwoordde:
“Op weg naar Amsterdam.”
Mijn bloed werd koud.
“Waarom?”
Hij keek naar mij.
“We denken dat hij achter Mila aan gaat.”
Ik draaide me onmiddellijk om.
“Waar is ze?”
Noor.
Laura.
Mijn dochter.
Mijn hart bonkte.
Ik belde Noor.
Geen antwoord.
Nog een keer.
Niets.
Ik belde Laura.
Voicemail.
Ik keek naar Thomas.
“Waar zijn ze?”
Hij keek me aan.
“Sophie…”
“Waar zijn ze?”
“Ik weet het niet.”
Ik voelde paniek opkomen.
Toen kreeg ik een bericht.
Een foto.
Mila.
Ze zat in een auto.
Naast haar zat Noor.
En achter het stuur zat een man.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Richard.
Onder de foto stond:
KOM NAAR DE OUDE FAMILIEVILLA.
Daaronder:
ALLEEN.
Ik voelde mijn lichaam verstijven.
Alexander pakte mijn arm.
“Je gaat niet.”
“Ik moet.”
“Dat is wat hij wil.”
“Hij heeft mijn dochter.”
Alexander keek naar mij.
“Dan moeten we hem iets geven wat hij niet verwacht.”
“Wat?”
Hij glimlachte.
“De echte erfgenaam.”
Ik keek naar de jonge vrouw die Sophie heette.
Ze begreep onmiddellijk wat hij bedoelde.
“Wil je mij laten gaan?”
Alexander knikte.
“Richard denkt dat Elena dood is.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Hij weet dat ik leef.”
“Nee.”
Hij wees naar de foto.
“Hij weet alleen dat Sophie bestaat.”
Mijn hart sloeg over.
“Dus hij denkt dat zij mij is.”
Alexander knikte.
“Precies.”
Ik keek naar de jonge vrouw.
Ze pakte mijn hand.
“Laat mij Mila redden.”
“Nee.”
“Luister.”
Ze kneep in mijn vingers.
“Jij bent haar moeder.”
“Precies.”
“Daarom verwacht hij dat jij komt.”
Ik keek naar Thomas.
Hij zei niets.
Maar ik zag dat hij begreep wat er moest gebeuren.
Ik haalde diep adem.
“Goed.”
Alexander keek verbaasd.
“Ik ga mee.”
“Dat is gevaarlijk.”
“Mijn dochter is daar.”
Ik keek naar iedereen.
“Deze keer bepaalt niemand anders wat ik doe.”
* * *
Een uur later reden we richting de oude familievilla.
De politie volgde op afstand.
Alexander bleef achter.
Thomas ging mee.
En naast mij zat de vrouw die mijn naam droeg.
Mijn zus.
Voor het eerst voelde ik geen angst voor wie ik was.
Ik voelde woede.
Bij de villa aangekomen stond de voordeur open.
Geen bewaking.
Geen auto's.
Niets.
Ik stapte uit.
Thomas pakte mijn arm.
“Blijf bij mij.”
Ik knikte.
We liepen naar binnen.
“Mila!”
Geen antwoord.
Toen hoorde ik boven een stem.
“Kom maar, Elena.”
Ik verstijfde.
Richard wist mijn echte naam.
Een deur boven ging open.
Mila verscheen.
Ze was ongedeerd.
Maar achter haar stond Richard.
En naast hem stond Noor.
Mijn beste vriendin.
Mijn zus.
Noor keek naar mij.
“Het spijt me.”
Ik keek naar haar.
“Wat heb je gedaan?”
Ze antwoordde:
“Ik heb Richard hierheen gebracht.”
Mijn hart brak.
“Waarom?”
Noor keek naar Mila.
“Omdat hij beloofde haar geen pijn te doen.”
Richard glimlachte.
“Je hebt eindelijk begrepen dat niemand hier te vertrouwen is.”
Hij keek naar mij.
“Maar er is nog één ding dat je niet weet.”
“Wat?”
Hij wees naar Mila.
“Zij is niet alleen jouw dochter.”
Ik voelde mijn hart stoppen.
“Wat bedoel je?”
Richard glimlachte.
“Vraag Thomas wie haar echte vader is.”
Ik draaide me langzaam naar mijn man.
Thomas keek naar Mila.
Toen naar mij.
Zijn gezicht werd bleek.
En hij fluisterde:
“Niet mij.”
WORDT VERVOLGD…






