DEEL 14 — DE VIJAND DIE AL DIE TIJD DICHTBIJ WAS
Ik bleef naar de brief kijken.
De woorden van mijn moeder stonden voor mijn ogen.
“Ik waarschuw je omdat iemand binnen onze familie van plan is jou te laten verdwijnen.”
* * *
Jarenlang had ik gedacht dat mijn moeder de waarheid had verborgen omdat ze iets fout had gedaan.
Maar nu begreep ik iets anders.
Ze had niet gezwegen omdat ze schuldig was.
Ze had gezwegen omdat ze bang was.
* * *
Maar voor wie?
* * *
Ik keek naar Robert.
“Wie was het?”
Hij zweeg.
Dat maakte mij nog nerveuzer.
* * *
“Robert.”
Mijn stem werd harder.
“Je hebt mij hierheen laten komen.”
“Je hebt mij deze brief gegeven.”
“Dus vertel mij de waarheid.”
* * *
Hij keek naar buiten.
Alsof hij de juiste woorden probeerde te vinden.
Toen zei hij:
“De persoon die jouw vader wilde stoppen…”
“Was iemand die hij nooit verdacht.”
* * *
Mijn hart bonsde.
“Wie?”
* * *
Robert keek mij aan.
“Zijn eigen broer.”
* * *
Ik verstijfde.
“Mijn vaders broer?”
Hij knikte.
“Ja.”
* * *
Ik had nooit gehoord over een broer van mijn vader.
Mijn vader had altijd gezegd dat hij weinig familie had.
Dat hij alleen mij en mijn moeder had.
* * *
“Waarom heeft niemand mij ooit over hem verteld?”
Robert zuchtte.
“Omdat je vader de band met hem had verbroken.”
* * *
“Waarom?”
* * *
“Vanwege geld.”
* * *
Het verhaal werd steeds ingewikkelder.
Robert vertelde dat mijn vader jaren geleden ontdekte dat zijn eigen broer, Erik de Vries, betrokken was bij financiële fraude.
Maar Erik was niet alleen.
Hij werkte samen met mensen binnen de familie Van der Meer.
* * *
“Dus mijn oom…”
Mijn stem stokte.
“Hij werkte samen met Hendrik?”
* * *
Robert knikte.
“Ja.”
* * *
Ik voelde een koude rilling.
Mijn vader had niet gevochten tegen één vijand.
Hij had gevochten tegen mensen die hij ooit vertrouwde.
* * *
“Waarom heeft mijn moeder mij nooit verteld dat ik een oom had?”
* * *
Robert keek naar mij.
“Omdat Erik degene was die na de dood van je vader nog steeds invloed probeerde te houden.”
* * *
“Hoe?”
* * *
“Door jou.”
* * *
Ik begreep het niet.
“Door mij?”
* * *
Robert knikte.
“Jij was de enige persoon die toegang had tot de dingen die je vader had achtergelaten.”
* * *
Mijn maag draaide om.
“Dus iedereen heeft mij gebruikt.”
* * *
Robert zei niets.
Omdat hij wist dat het waar was.
* * *
Die avond ging ik terug naar mijn moeder.
Ik had geen zin meer om voorzichtig te zijn.
Geen zachte vragen.
Geen geduld.
* * *
“Mama.”
Ze keek op.
Aan mijn gezicht zag ze dat ik alles wist.
* * *
“Erik.”
Haar gezicht werd bleek.
* * *
“Je wist van hem.”
Ze knikte langzaam.
“Ja.”
* * *
“Waarom?”
* * *
“Omdat hij gevaarlijk was.”
* * *
Ik voelde tranen.
“Waarom heb je mij nooit verteld dat ik een oom had?”
* * *
Ze kwam dichterbij.
“Omdat ik bang was dat je hem zou zoeken.”
* * *
“En waarom?”
* * *
“Omdat hij wilde weten waar de documenten waren.”
* * *
Ik keek haar aan.
“Hij wist dus ook van papa’s bewijs.”
* * *
“Ja.”
* * *
Mijn moeder ging zitten.
“Na de dood van je vader kwam Erik naar mij toe.”
“Hij deed alsof hij verdriet had.”
“Maar eigenlijk wilde hij maar één ding.”
* * *
“Wat?”
* * *
“Weten waar Peter het bewijs had verborgen.”
* * *
Ik voelde mijn handen koud worden.
* * *
“En jij?”
* * *
“Ik loog.”
* * *
“Voor de eerste keer in mijn leven loog ik tegen iemand.”
* * *
“Waarom?”
* * *
“Omdat ik wist dat als ik de waarheid vertelde…”
Ze keek mij aan.
“Jij het volgende slachtoffer zou worden.”
* * *
* * *
De volgende ochtend besloot ik Erik te zoeken.
Niet omdat ik hem vertrouwde.
Maar omdat ik antwoorden wilde.
* * *
Eva hielp mij oude gegevens op te zoeken.
Na uren zoeken vonden we een adres.
Een oud kantoor buiten Amsterdam.
* * *
Toen we daar aankwamen, stond de deur halfopen.
* * *
“Dit voelt verkeerd.”
zei Eva.
* * *
Ik keek naar haar.
“Alles aan mijn leven voelt de laatste tijd verkeerd.”
* * *
We gingen naar binnen.
* * *
Binnen lag alles overhoop.
Papieren lagen op de vloer.
Kasten waren opengebroken.
Alsof iemand haastig had gezocht.
* * *
Toen zag ik iets op het bureau.
Een foto.
* * *
Mijn vader.
Mijn moeder.
Ik als baby.
* * *
En achterop stond geschreven:
“De waarheid begint niet met Peter. De waarheid begint met Annelies.”
* * *
Ik voelde mijn hart sneller slaan.
* * *
Toen hoorden we een geluid.
Een deur achter ons.
* * *
We draaiden ons om.
* * *
Een man stond in de gang.
Ouder.
Maar met dezelfde ogen als mijn vader.
* * *
“Wie bent u?”
vroeg ik.
* * *
Hij glimlachte zwak.
* * *
“Ik denk dat je mij al kent.”
* * *
Mijn adem stokte.
* * *
“Erik?”
* * *
Hij knikte.
* * *
“Ja.”
* * *
Ik zette een stap naar voren.
“Waarom heeft u mijn vader vernietigd?”
* * *
Zijn gezicht veranderde.
“Ik heb je vader niet vernietigd.”
* * *
“Wie dan wel?”
* * *
Hij keek naar Eva.
* * *
En toen zei hij iets waardoor mijn hele lichaam bevroor:
* * *
“Vraag haar maar.”
* * *
Ik keek naar Eva.
* * *
“Wat bedoelt hij?”
* * *
Eva werd bleek.
* * *
Erik glimlachte.
“Je beste vriendin heeft je niet alles verteld.”
* * *
Eva zweeg.
* * *
En toen haalde Erik een oude envelop uit zijn jas.
* * *
“Deze brief heeft Peter vlak voor zijn dood geschreven.”
* * *
Hij gaf hem aan mij.
* * *
Op de voorkant stond:
“Voor Sophie. Alleen openen als Eva Smit terug in je leven komt.”
* * *
Mijn vingers trilden.
* * *
Waarom had mijn vader de naam van Eva geschreven?
* * *
Ik opende de brief.
De eerste zin liet mijn hart stoppen:
“Sophie, als Eva jou ooit helpt de waarheid te vinden, wees voorzichtig.”
* * *
Ik keek langzaam op.
* * *
Want nu wist ik het zeker.
* * *
Mijn vader had iedereen gewaarschuwd.
Mijn moeder.
Daan.
Hendrik.
En zelfs Eva.
* * *
Maar de grootste vraag bleef:
Waarom had mijn vader Eva nooit vertrouwd?






