DEEL 19 — DE STEM VAN MIJN MOEDER
Ik bleef naar mijn telefoon staren.
Het gesprek was voorbij.
Maar haar stem bleef in mijn hoofd hangen.
Mijn moeder.
Na al die jaren.
Levend.
Mijn vader liep langzaam naar het raam en keek naar de zwarte auto aan de overkant.
“Ze heeft contact opgenomen,” zei hij.
“Dat is onmogelijk.”
“Nee,” antwoordde hij. “Het is precies wat ik vreesde.”
Ik voelde mijn woede terugkomen.
“Jullie weten allebei meer dan jullie mij vertellen.”
Mijn vader keek me aan.
“Je hebt gelijk.”
“Dan vertel je me nu alles.”
Hij knikte.
“Je moeder leeft.”
Mijn hart sloeg over.
“Waar?”
“Dat weet ik niet precies.”
“Maar je zei dat je wist waar ze was.”
“Ik weet waar ze geweest is. Niet waar ze nu is.”
Elena pakte de oude sleutel van tafel.
“Deze sleutel brengt ons dichter bij haar.”
Ik keek naar het kleine metalen voorwerp.
“Waar past hij op?”
Mijn vader antwoordde:
“Op een deur onder het oude kantoor van Daan.”
Mijn adem stokte.
“Daar waar Lily is?”
“Nee,” zei hij.
“Daar waar de waarheid ligt.”
We verlieten het huis via de achterdeur.
Mijn gedachten waren alleen bij Lily.
Ik wilde haar zien.
Haar vasthouden.
Horen dat ze veilig was.
Maar mijn vader bleef herhalen dat we geen politie konden bellen.
“Waarom niet?”
“Omdat er nog steeds mensen binnen het systeem voor Daan werken.”
Ik wilde hem niet geloven.
Maar na alles wat ik had ontdekt, kon ik niets meer zomaar uitsluiten.
Twintig minuten later stonden we voor het verlaten kantoor.
De ramen waren donker.
Het gebouw leek leeg.
Mijn vader liep naar een zijdeur.
Hij haalde de sleutel tevoorschijn.
De deur klikte open.
Binnen rook het naar stof en vocht.
We liepen een smalle trap af.
Onder ons werd het steeds donkerder.
Toen kwamen we bij een metalen deur.
Mijn vader stopte.
“Hier.”
Ik stak de sleutel in het slot.
Maar voordat ik hem omdraaide, hoorde ik iets.
Een zacht geluid.
Een snik.
Mijn hart stond stil.
“Lily?”
Ik opende de deur.
Aan de andere kant zat mijn dochter.
Levend.
Onbeschadigd.
Met tranen over haar wangen.
“Mama!”
Ik rende naar haar toe en sloot haar stevig in mijn armen.
“Mijn meisje…”
Ze hield me vast alsof ze bang was dat ik opnieuw zou verdwijnen.
“Hij heeft me geen pijn gedaan.”
“Wie?”
Lily keek achter mij.
Naar mijn vader.
Toen fluisterde ze:
“De man die mij hierheen bracht.”
Ik draaide me om.
Mijn vader stond doodstil.
“Wie was het?”
Lily wees naar de gang.
“Hij zei dat hij opa kende.”
Mijn vader werd bleek.
“Dat kan niet.”
Toen verscheen er plotseling een schaduw achter ons.
Een man stapte uit het donker.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Daan.
Maar hij glimlachte niet.
Hij zag er bang uit.
“Lotte,” zei hij.
Mijn vader ging voor mij staan.
“Blijf van haar weg.”
Daan keek naar hem.
“Je begrijpt nog steeds niet wat er gebeurd is.”
Mijn vader antwoordde:
“Jij hebt mijn familie vernietigd.”
Daan schudde zijn hoofd.
“Nee.”
Hij keek naar mij.
“Dat heeft iemand anders gedaan.”
Toen wees hij naar de deur achter ons.
“En als je werkelijk wilt weten waar je moeder is…”
Hij slikte.
“…moet je haar zelf bellen.”
Mijn telefoon ging opnieuw.
Dit keer stond er geen onbekend nummer.
Er stond één naam op het scherm.
MAM.
Ik nam op.
Aan de andere kant hoorde ik een zachte ademhaling.
Toen zei mijn moeder:
“Lotte… luister goed.”
Ik kneep mijn ogen dicht.
“Ik ben er.”
“Dat weet ik.”
Haar stem brak.
“Maar je mag niemand vertrouwen.”
Ik keek naar mijn vader.
Naar Elena.
Naar Daan.
En toen zei mijn moeder iets waardoor mijn hart volledig stil leek te staan:
“Zelfs je vader niet.”
Mijn vader sloot zijn ogen.
Ik keek hem aan.
“Waarom zegt ze dat?”
Hij antwoordde niet.
En toen hoorde ik mijn moeder fluisteren:
“Omdat hij niet degene is die je denkt dat hij is.”






