PART 7 — Mijn tweelingbroer
Ik kon alleen maar naar hem staren.
De man die voor me stond, had mijn gezicht.
Niet ongeveer hetzelfde.
Niet een beetje vergelijkbaar.
Exact hetzelfde.
Dezelfde kaak.
Dezelfde ogen.
Zelfs hetzelfde kleine litteken boven mijn wenkbrauw.
Ik raakte automatisch mijn eigen gezicht aan.
Hij deed hetzelfde.
Emily begon te huilen.
“Dat kan niet…”
De man keek naar haar.
“Dat is precies wat iedereen zei.”
Victoria lag nog steeds op de grond, maar ze was niet bewusteloos.
Ze keek naar hem alsof ze een geest zag.
“Jij…”
De man glimlachte.
“Hallo, Victoria.”
Ze probeerde overeind te komen.
“Je zou dood zijn.”
“Dat was de bedoeling.”
Lucas keek tussen ons in.
“Dus het is waar.”
Ik draaide me naar hem.
“Wat is waar?”
Hij antwoordde:
“Gabriel had twee zonen.”
Mijn adem stokte.
“Tweelingen.”
De man knikte.
“Jij bent Noah.”
Hij wees naar mij.
“Ik ben Nathan.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Waarom heb ik nooit van jou gehoord?”
“Omdat Victoria ervoor zorgde dat jij alles vergat.”
“Dat kan niet.”
Nathan keek naar Emily.
“Ze hebben je geheugen laten manipuleren toen je klein was.”
Ik lachte ongelovig.
“Mijn geheugen?”
“Niet alles.”
Hij wees naar mijn hoofd.
“Alleen de herinneringen die gevaarlijk waren.”
Ik voelde een koude rilling.
Flitsen verschenen in mijn hoofd.
Een kamer.
Een vrouw.
Een baby.
Mijn vader.
En een jongetje dat mijn hand vasthield.
Ik kneep mijn ogen dicht.
“Wacht…”
Ik zag mezelf als kind.
Naast mij stond een jongen.
We waren misschien zes jaar oud.
Hij zei:
“Als we ooit uit elkaar raken, vind ik je.”
Ik deed mijn ogen open.
Nathan keek me aan.
“Je herinnert het je.”
Ik kon nauwelijks ademen.
“Jij…”
Hij knikte.
“Ik ben het.”
Emily kwam dichterbij.
“Jullie werden gescheiden toen jullie acht waren.”
“Waarom?”
Nathan antwoordde:
“Omdat Gabriel weigerde één van ons aan De Orde te geven.”
“Dus ze namen jou?”
“Ja.”
“En mij?”
“Jou lieten ze bij Victoria.”
Ik keek naar mijn moeder.
“Waarom?”
Victoria lachte zwak.
“Omdat jij de waardevolste van de twee was.”
Mijn woede sloeg om in afschuw.
“Waarom?”
Ze keek naar mij.
“Omdat jij de erfgenaam was.”
Nathan schudde zijn hoofd.
“Dat is niet de hele waarheid.”
Iedereen keek naar hem.
Hij liep naar de kluis.
“De rekening behoort niet aan één persoon.”
Hij keek naar mij.
“Ze is gekoppeld aan ons DNA.”
“Ons?”
“Ja.”
Ik begreep het eindelijk.
“Daarom hebben ze ons allebei nodig.”
Nathan knikte.
“Precies.”
Lucas keek naar Victoria.
“Dus daarom heb je Daniel al die jaren beschermd?”
Victoria keek hem aan.
“Ik beschermde hem niet.”
Ze glimlachte.
“Ik bewaarde hem.”
Die woorden sneden door me heen.
Ik keek naar Emily.
“En jij?”
Ze huilde.
“Ik wist dat je een tweelingbroer had.”
“Wanneer?”
“Vanaf het begin.”
“Waarom heb je me nooit verteld?”
“Omdat Gabriel me verbood het te zeggen.”
“Waarom?”
“Omdat Nathan niet veilig was.”
Nathan keek naar haar.
“Dat was de reden niet.”
Emily keek weg.
Nathan zei:
“Ze was bang.”
“Voor wie?”
“Voor zichzelf.”
Ik keek naar Emily.
Ze knikte langzaam.
“Ja.”
“Wat heb je gedaan?”
Ze sloot haar ogen.
“Ik heb Victoria geholpen.”
Mijn hart brak opnieuw.
“Wanneer?”
“Toen ik achttien was.”
“Waarom?”
“Omdat ze mijn familie bedreigde.”
“Welke familie?”
Ze keek naar Nathan.
“Mijn echte familie.”
Ik begreep er niets meer van.
Nathan liep naar haar toe.
“Vertel hem alles.”
Emily schudde haar hoofd.
“Niet hier.”
Op dat moment klonk buiten sirenes.
Lucas keek naar het raam.
“De politie.”
Victoria glimlachte.
“Denk je echt dat ze voor jou komen?”
Lucas keek haar aan.
“Wat heb je gedaan?”
“Alles.”
De voordeur werd opengebroken.
Mensen stormden naar binnen.
Maar het waren geen gewone agenten.
Ze droegen zwarte uniformen.
Geen badges.
Geen namen.
Nathan fluisterde:
“De Orde.”
Ik pakte mijn wapen.
“Hoeveel?”
“Te veel.”
Lucas keek naar mij.
“Er is een tunnel achter de kluis.”
“Waar leidt die naartoe?”
“Onder het kanaal.”
We begonnen te bewegen.
Maar Victoria riep:
“Daniel!”
Ik draaide me om.
Ze keek me recht aan.
“Als je die tunnel neemt, zie je je vader nooit meer.”
Ik stopte.
“Waar is hij?”
“Op de plek waar alles begon.”
“Waar?”
Victoria glimlachte.
“Het militaire ziekenhuis.”
Mijn hart sloeg sneller.
“Waarom daar?”
“Omdat Gabriel daar twaalf jaar geleden is verdwenen.”
Ik keek naar Nathan.
Hij werd bleek.
“Dat ziekenhuis…”
“Wat?”
Nathan antwoordde:
“Daar hebben ze onze identiteit veranderd.”
Ik keek naar Emily.
“Dan gaan we daarheen.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Dat is zelfmoord.”
“Dan ga ik alleen.”
Nathan pakte mijn arm.
“Nee.”
Ik keek hem aan.
“Waarom?”
“Omdat je nu weet wie je bent.”
Hij wees naar zichzelf.
“En ik ook.”
Hij keek naar Emily.
“En zij weet waar de ingang is.”
Emily knikte.
“Er is een oude onderhoudstunnel onder het ziekenhuis.”
We renden naar de uitgang.
Maar voordat ik vertrok, keek ik nog één keer naar Victoria.
“Waarom heb je me nooit verteld dat ik een broer had?”
Ze antwoordde:
“Omdat ik wist dat je hem zou zoeken.”
“En?”
Haar ogen werden koud.
“En ik wist dat hij je uiteindelijk zou verraden.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Dat geloof ik niet.”
Victoria glimlachte.
“Dat zul je nog zien.”
We verdwenen in de tunnel.
Twintig minuten later bereikten we het oude militaire ziekenhuis.
Het gebouw stond al jaren leeg.
De ramen waren gebroken.
De gangen waren donker.
Maar ergens binnen brandde licht.
Emily wees naar een deur.
“Daar.”
We liepen naar binnen.
Op de muur stond een oud nummer:
KAMER 17.
Nathan stopte.
“Deze kamer…”
“Wat?”
“Hier werden we gescheiden.”
Ik opende de deur.
Binnen stond een oud bed.
Op de muur stonden twee kindertekeningen.
Twee jongens.
Met daaronder twee namen.
NOAH.
NATHAN.
Ik voelde tranen in mijn ogen.
Toen zag ik iets op het bed liggen.
Een oude militaire medaille.
Mijn medaille.
Maar ik had hem pas acht maanden geleden gekregen.
Ik pakte hem op.
Aan de achterkant stond een datum.
12 JAAR GELEDEN.
Emily keek me geschrokken aan.
“Daniel…”
Ik draaide de medaille om.
Er zat een klein verborgen compartiment in.
Binnenin zat een foto.
Gabriel stond erop.
Naast hem stond een vrouw.
Ik herkende haar.
Het was Elena.
Maar op de achterkant stond:
MOEDER VAN NOAH EN NATHAN.
Ik keek naar Elena's naam.
“Dus Victoria was nooit onze moeder.”
Nathan keek naar mij.
“Nee.”
Hij wees naar de foto.
“Onze moeder is Elena.”
Ik voelde mijn hart stoppen.
“Maar waarom heeft ze ons verlaten?”
Nathan keek naar de deur.
“Omdat ze nooit vrijwillig vertrok.”
Plotseling ging het licht uit.
Een stem klonk door de luidsprekers.
“Dat klopt.”
We verstijfden.
De stem was rustig.
Ouder.
Bekend.
“Ze werd ontvoerd.”
Ik keek naar de luidspreker.
“Wie ben jij?”
Een korte stilte.
Toen antwoordde de stem:
“Je vader.”
Nathan stapte naar voren.
“Gabriel?”
“Ja.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Waar ben je?”
De stem antwoordde:
“In dezelfde kamer als jullie.”
Ik keek om me heen.
Niemand.
Toen zag ik de muur achter het bed langzaam opengaan.
Daarachter stond een man.
Gabriel.
Mijn echte vader.
Hij keek eerst naar mij.
Toen naar Nathan.
Zijn ogen vulden zich met tranen.
“Mijn zonen…”
Maar voordat hij naar ons toe kon lopen, klonk er een geweerschot.
Gabriel zakte neer.
Emily gilde.
En op hetzelfde moment verscheen Victoria achter ons.
Ze glimlachte.
“Nu weten jullie eindelijk waarom jullie vader twaalf jaar lang verborgen moest blijven.”






