‘Leg het kistje neer, Nora,’ zei de stem van Helena. Het was een stem die ik honderden keren had gehoord tijdens gezellige familiediners, Kerstmis en verjaardagen. Maar nu klonk er geen enkel spoor van de warme, zorgzame vrouw die ze altijd had gespeeld. Haar stem was als een scheermes.
Meneer De Wit deed een stap naar voren. ‘Mevrouw, wat is dit voor waanzin? Dit is een openbare—’
‘Houd je mond, oude man!’ snauwde Helena fel, terwijl ze het pistool even op hem richtte. ‘Als je nog één stap doet, schiet ik je neer!’
De Wit verstijfde. Ik duwde het kistje voorzichtig achter me op de tafel en staarde mijn schoonmoeder aan.
‘Helena...’ stamelde ik. ‘Wat doe jij hier? Eliam is dood! Het is voorbij!’
‘Voorbij?’ slaakte Helena een rauwe, hysterische lach. ‘Niets is voorbij! Mijn zoon ligt in het mortuarium vanwege jou! Jij hebt hem in de val gelokt! Jij hebt de politie gebeld!’
‘Hij heeft zichzelf van het leven beroofd!’ schreeuwde ik, terwjl de woede het overnam van de schrik. ‘Hij heeft mijn vader laten sterven! Hij en Sophia hebben mijn leven verwoest!’
‘Eliam deed wat ik hem opdroeg te doen!’ riep Helena uit.
Die woorden sloegen in als een bom.
Ik staarde haar aan, buiten adem. ‘Wat... wat zeg je daar?’
Helena zette een stap dichterbij. Het wapen bleef strak op mijn borst gericht. Haar ogen glinsterden van een waanzinnige haat.
‘Dacht je nou werkelijk dat een dom meid als Sophia en een zwakke jongen als Eliam zo'n financieel netwerk helemaal alleen konden opzetten?’ vroeg ze met een minachtende grimlach. ‘Sophia was de sleutel tot de erfenis. Eliam was de uitvoerder. Maar ik was het brein achter Helios Holdings.’
Mijn maag draaide om. De puzzelstukjes die nog los hingen, schoten met een klap in elkaar. Helena. De elegante, keurige weduwe die altijd op de achtergrond bleef.
‘Jij...’ fluisterde ik.
‘Jouw vader heeft dertig jaar geleden mijn echtgenoot — Eliams vader — financieel te gronde gericht bij een fusie,’ zei Helena ijskoud. ‘Mijn man heeft zich daarna opgehangen. Ik heb dertig jaar lang moeten toezien hoe jouw familie in weelde leefde, terwijl wij niets hadden. Ik heb gezworen dat ik alles van jullie zou afpakken. Elk cent. Elke herinnering. Elk stukje geluk.’
‘Dus je hebt Eliam gebruikt...’ zei ik, gechoqueerd. ‘Je hebt je eigen zoon opgeofferd voor je wraak?’
‘Eliam wist wat zijn plicht was!’ snauwde ze. ‘Hij heeft elf jaar lang de rol van jouw perfecte echtgenoot gespeeld om toegang te krijgen tot de rekeningen en eigendommen van je vader. En het werkte! Tot jij je neus in zijn medicijnen ging steken!’
‘Het waren de medicijnen van Eliam...’ zei ik zacht. ‘Hij was ze vergeten...’
‘Een domme fout!’ riep Helena woedend. ‘Eén kleine fout die alles heeft verpest! Maar het maakt niet meer uit. Die harde schijf in dat kistje is het enige dat mij kan linken aan de buitenlandse leningen. Als ik die schijf heb, verdwijn ik. En jij... jij gaat met je vader mee.’
Ze spande de haan van het pistool.
Meneer De Wit, die al die tijd doodstil naast de balie had gestaan, schoof ongemerkt met zijn voet tegen een zware koperen boekensteun die op de vloer stond.
‘Nora... NU!’ schreeuwde de oude man plotseling.
Hij pakte een dikke stapel zware encyclopedieën van de tafel en gooide ze met volle kracht naar Helena's gezicht.
Helena schrok, liet haar blik een fractie van een seconde afdwalen en gooide haar armen omhoog om de boeken te ontwijken. Een schot ging af. De kogel boorde zich met een harde knal in het houten plafond.
Ik twijfelde niet. Ik greep de zware houten kist van de tafel en ramde hem met alles wat ik in me had tegen de zijkant van Helena's hoofd.
Ze slaakte een gedingde kreet, wankelde achteruit en viel met haar rug tegen een grote eikenhouten boekenkast. De kast, overladen met honderden kilo's oude folianten, begon hevig te wankelen.
‘Nora! Weg daar!’ schreeuwde De Wit.
Ik dook naar voren, greep de harde schijf van de tafel en rolde over de kasseien vloer naar de deur.
Met een oorverdovend gekraak stortte de gigantische boekenkast in elkaar. Honderden zware boeken en massief eikenhout vielen bovenop Helena.
Het pistool kletterde over de vloer en rolde tot aan mijn voeten.
Het was stil in het kamer. Alleen het opdwarrelende stof en de zware ademhaling van Meneer De Wit waren te horen.
Ik pakte het pistool voorzichtig op en hield het gericht op de berg boeken.
Onder het hout en het papier kwam een zwak kreunen vandaan. Helena lag vastgeklemd onder het gewicht van de geschiedenis. Ze kon geen kant op.
Meneer De Wit pakte de telefoon van de balie. ‘Ik bel de politie.’
Ik zakte door mijn knieën op de vloer van de winkel. In mijn hand klemde ik de zwarte harde schijf vast.
De cirkel van wraak die dertig jaar geleden was begonnen met een verwoeste fusie, was vanmiddag eindelijk gebroken.






