Het geluid van de schoten door de koptelefoon deed mijn maag samenknijpen. "Brent!" schreeuwde ik onwillekeurig, niet uit bezorgdheid, maar uit angst dat hij zou ontkomen of dat er agenten gewond zouden raken.
"Blijf in de wagen, Savannah!" roep Harold, die naast me zat en mijn hand stevig vastpakte. Zijn gezicht was strak gespannen.
Via de monitors in de commandowagen konden we live meekijken met de beelden van de politiehelikopter die boven de scheepswerf cirkelde. Een grote, felwitte zoeklichtstraal verlichtte het donkere, roestige terrein aan de oever van de Mississippi. Oude containers, verroeste scheepsrompen en stapels steigerpijpen wierpen lange, duistere schaduwen.
Op de Beelden zagen we twee figuren rennen. De ene was Brent, die over een stapel houten palen struikelde en over de grond rolde. De andere was een langere, oudere man in een donkere jas — Marcus Vance. Marcus hield een grote reistas vast en rende met verbazingwekkende snelheid richting een snelle motorboot die klaarlag aan de kade.
"Verdachte één is uitgeschakeld! Ik herhaal, verdachte één is neergeschoten in het been en overmeesterd!" schalde de stem van de arrestatie-eenheid door de radio.
Ik zag op de monitor hoe drie zwaar bewapende agenten op Brent duikten, hem tegen de natte grond werkten en zijn armen op zijn rug boeiden. Brent schreeuwde van de pijn en de frustratie, zijn gezicht bedekt met modder en bloed. Het luxe linnen pak dat hij een paar uur geleden nog drroeg, was een ruïne.
Maar Marcus was nog niet gestopt.
Hij bereikte de kade, sprong op de motorboot en startte de zware buitenboordmotor. Het brullende geluid van de motor was zelfs vanuit de commandowagen te horen.
"Hij gaat er vandoor via de rivier!" riep de rechercheur. "De rivierpolitie is nog twee minuten verwijderd!"
"Twee minuten is te lang!" riep Harold woedend. "In twee minuten zit hij op het open water en raakt hij kwijt in de moerassen!"
Op dat moment zag ik op de monitor dat de zwarte SUV van mijn grootvader — bestuurd door zijn trouwe chauffeur en beveiligingsman Sam — met volle vaart over het terrein van de scheepswerf scheurde. Sam twijfelde geen seconde. Hij stuurde de zware terreinwagen recht op de houten steiger af waar de motorboot net loskoppelde.
CRASH!
De SUV ramde de stelling van de steiger met een woeste klap. Het oude, verrotte hout van de steiger begaf het onder het gewicht van de wagen. Tonnen aan hout en stalen balken stortten bovenop de achterzijde van de motorboot nét toen deze gas gaf.
De boot sloeg om. Een grote waterfontein spoot omhoog in het zoeklicht van de helikopter.
"Mijn god!" kreet ik uit.
Een paar seconden later kwamen er twee hoofden boven water. Sam, die snel uit de licht beschadigde SUV was gestapt, stond op de rand van de kade met zijn pistool gericht op het water. "Niet bewegen, Marcus! Handen waar ik ze kan zien!"
De oudere man in het water — Marcus Vance — proestte en vloekte terwijl hij zich aan een drijvend stuk hout vastklemde. De reistas die hij bij zich had, zonk langzaam naar de bodem van de donkere Mississippi.
"We hebben ze beiden," zei Detective Miller, terwijl hij een diepe zucht van verlichting slaakte. hij keek naar Harold. "Meneer Vance, het is voorbij."
Harold sloot zijn ogen en knikte langzaam. "Nee, rechercheur. Het is pas voorbij als ik zie dat ze in boeien worden afgevoerd."
Vijftien minuten later stapten Harold en ik uit de wagen en liepen over het verlichte terrein van de scheepswerf. De lucht rook naar diesel, rivierwater en kruitdamp. Überal stonden politieauto's met knipperende lichten.
Brent lag op een brancard, zijn been in een strak verband gewikkeld. Een agent hield hem onder schot terwijl de broeders hem verzorgden. Toen hij mij en Harold zag aanlopen, veranderde zijn pijnlijke gezicht in een masker van pure haat.
"Savannah..." spuwde hij uit. "Je denkt dat je gewonnen hebt? Je bent niks! Je bent een arme sloeber die zonder mij weer in de goot belandt!"
Ik liep langzaam naar de brancard toe. Ik keek niet meer met angst naar hem. Ik keek niet meer met de ogen van de vrouw die zijn was deed en zijn leugens geloofde. Ik keek hem aan met de blik van een moeder die haar kind heeft beschermd tegen een monster.
Ik boog me licht over hem heen. "Ik beland niet in de goot, Brent. Maar jij gaat voor heel lang naar een plek waar de muren nog veel vochtiger zijn dan het appartement waar je mij en Eli twee jaar hebt laten verrotten. En het mooiste van alles? Je krijgt niet één cent van mijn grootvader. Je krijgt alleen een oranje overall."
Brent wilde iets terugsneuren, maar de agent duwde hem hardhandig terug op de brancard. "Hou je mond, Miller. Je hebt het recht om te zwijgen."
Een stukje verderop werd Marcus Vance, kletsnat en rillend van de kou, door twee agenten naar een politiebusje geleid. hij stopte toen hij Harold zag staan.
De twee broers staarden elkaar aan. De stilte tussen hen was geladen met vijftien jaar aan opgekropte haat en verraad.
"Je bent nooit veranderd, Marcus," zei Harold rustig. "Je hebt geprobeerd mijn familie kapot te maken via mijn kleindochter. Je bent een schande voor de naam Vance."
Marcus lachte bitter, zijn tanden klapperend van de kou. "Je bent zo heilig, Harold... Denk je echt dat dit het einde is? Denk je dat ik de enige was die achter je bedrijf aan zat? Brent heeft alle documenten overgedragen aan de maffia van Chicago. Je bent al ruïneerd, broer. Je weet het alleen nog niet."
Harold verstijfde. "Wat zeg je?"
Marcus grijnsde duivels voordat de agenten hem in het busje duwden en de deuren dichtsloegen.
Harold keek naar Mr. Harrison, die net kwam aanlopen met een stapel in beslag genomen telefoons. "Harrison... controleer meteen de overboekingen van het bedrijf. NU!"





