DEEL 11 — De schaduw van de wraak en een verdacht pakket
Ik bleef op de veranda staan met de geopende brief in mijn trillende hand. De zon was inmiddels achter de hoge palmbomen van de wijk gezakt, en de eerste straatlantaarns begonnen te flikkeren. De tekst op het papier was geschreven in een gejaagd, slordig handschrift met rode inkt: “Denk maar niet dat je gewonnen hebt, Martha. Het geld is weg, maar de rekening is nog niet vereffend. Kijk achter je.” Mijn adem stokte.
Ik keek gehaast om me heen. De straat was stil. Er reed een enkele auto in de verte, maar op het eerste gezicht was er niemand te zien. Mijn buren zaten binnen voor de televisie. Ik stapte gehaast het huis in, sloeg de voordeur dicht en draaide de sleutel dubbel om. Het hart klopte in mijn keel. "Greg!" riep ik door de hal. Greg kwam de trap af gelopen met een verfblik in zijn hand.
"Wat is er, Mam? Je ziet zo bleek als een doek." Ik overhandigde hem het papier. Greg las de regel en zijn gezicht vertrok in een uitdrukking van felle woede. "Waar komt dit vandaan?" vroeg hij. "Het lag zojuist in de brievenbus," antwoordde ik, terwijl ik naar het raam liep en het gordijn een klein stukje openzijde. "Geen postzegel. Iemand heeft het met de hand bezorgd." "Het is Chloe," zei Greg direct.
"Of haar vader. Ze proberen ons bang te maken omdat ze alles kwijt zijn." "We moeten Pendelton bellen," zei ik. "Nee," zei Greg met een harde stem. "We bellen niet Pendelton. We bellen direct de politie. Chloe heeft een voorwaardelijke straf. Als zij zich ophoudt rond dit huis of dreigbrieven bezorgt, overtreedt ze haar voorwaarden en gaat ze rechtstreeks de cel in." Tien minuten later stond Officer Miller weer in onze huiskamer.
Hij bestudeerde de brief met een paar latex handschoenen aan en stopte het document in een plastic bewijszakje. "Mevrouw Vance," zei Miller ernstig. "We nemen dit zeer serieus. Gezien de voorgeschiedenis van het dossier en de veroordeling van gedaagde, valt dit onder stalking en intimidatie. Ik ga een extra patrouille-eenheid toewijzen aan uw straat voor de komende nachten." "Kunt u controleren waar Chloe zich op dit moment bevindt?" vroeg Greg.
Miller maakte een korte oproep via zijn portofoon. Na een minuut luisteren keek hij ons aan met een bedenkelijke blik. "Mevrouw Vance is vanochtend gemeld als afwezig bij haar verplichte taakstraf-locatie in Tampa. Ze heeft haar enkelband niet om omdat dat geen onderdeel was van de voorlopige voorwaarden. Er staat op dit moment een opsporingsbericht voor haar uit." Die nacht kon ik de slaap niet vatten.
Elk krakend geluid in het oude huis deed me opschrikken. Ik lag in het donker te staren naar het plafond, luisterend naar de wind die door de bomen waaide en het incidentele voorbijrijden van de politieauto die door de straat surveilleerde. De volgende ochtend om negen uur werd er aangebeld. Greg en ik liepen samen naar de voordeur. Ik keek door het raampje.
Er stond een bezorger van een koeriersdienst op de stoep met een groot, vierkant kartonnen pakket in zijn armen. Greg opende de deur op een kier. "Ja?" "Pakketje voor mevrouw Martha Vance," zei de koerier. "Wilt u hier even tekenen?" "Van wie is het afkomstig?" vroeg Greg wantrouwig. De bezorger keek op het label. "Er staat geen naam van een afzender op.
Het is afgeleverd bij ons depot in Downtown Orlando met het verzoek om het spoedig te bezorgen." Greg keek me aan. "Niet aannemen, Mam." "Laat het pakket op de veranda staan, jongeman," zei ik tegen de koerier. "Wij tekenen er niet voor." De koerier haalde zijn schouders op, zette de doos op de houten vloerdelen van de veranda en liep terug naar zijn bestelbus.
We bleven naar de doos staren. Het was ongeveer een halve meter breed en afgeplakt met dikke, zwarte tape. Er zat geen retouradres op. Alleen mijn naam en adres in grote, gedrukte letters. "Ik bel Miller," zei Greg, terwijl hij zijn telefoon pakte. Vierentwintig minuten later kwam de explosievenopruimingsdienst van de politie ter plaatse. De straat werd voor de zekerheid afgezet met linten.
Twee agenten in beschermende kleding benaderden het pakket voorzichtig met een mobiele röntgenscanner. Na een korte inspectie haalde de leidinggevende van het team zijn helm af en stapte naar ons toe. "Het is geen bom, mevrouw Vance," zei de man. "Er zitten geen draden of explosieven in. Maar de inhoud is wel degelijk bedoeld om u te choqueren." Hij opende de doos met een snijmes.
In de doos lag de favoriete houten schommelstoel van mijn overleden echtgenoot Harold — de stoel die altijd op de veranda had gestaan en die Chloe twee jaar geleden 'per ongeluk' had laten verdwijnen naar een opslagruimte. De stoel was volledig vernield. Het hout was in stukken geslagen, en met dezelfde rode inkt als de dreigbrief was er over de rugleunings geschreven: “DIT IS NOG MAAR HET BEGIN.” Maar onder de vernielde stoel lag iets anders.
Een klein, zwart USB-staafje. Toen de rechercheurs de inhoud van de USB-stick later die middag op het politiebureau uitlezen, ontdekten ze een videobestand dat Chloe diezelfde ochtend nog had opgenomen in een geheime schuilplaats. En de boodschap op die video richtte zich niet tot mij... maar tot Greg.






